Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

59

JAARTAL 1881

en misschien te prettig populair de uitstekende verdienste heeft, van er geen doekjes om te winden, en ons juist deswege als enfant terrible der Irenischen zeer lief is, wete dus wel wat hij aan ons en alle belijders der onfeilbaarheid heeft.

Als hij zegt; „Hal zie daar uw a priori 1" dan loopen we daarbij niet weg noch druipen af, maar danken hem, dat hij zoo volkomen juist gezegd heeft, hoe het bij ons staat

Wij doorzoeken de Schrift niet, of er ook oneffenheden en tegenstrijdigheden in zijn; om daarna al deze oneffenheden en tegenstrijdigheden weg te strijken; en eerst alsdan uit te roepen: - „Zie deze Heilige Schrift is onfeilbaar 1"

O, neen, niets ter wereld er van!

Als wij zeggen: de Heilige Schriftuur is onfeilbaar, dan beginnen we daarmee.

Dan doen wij hoogleeraren en predikanten dat op precies denzelfden grond, waarop het eenvoudigst naaistertje of de lompste stalknecht staat die met hun bijbeltje voor zich spreken van een goddelijk boek.

Op en top a priori dus.

A priori omdat we zoo willen. Omdat we er onze eer in stellen. Omdat er onze zaligheid aan hangt

En als de heer Ds Daubanton dan er bijvoegt: „Maar dan valt ge ook met een salto sublimel" dan antwoorden we hem in choor met heel de schare der uitverkorenen: „Salto sublime, o gewisselijk, een goddelijke sprong, toen de eeuwige Ontfermer over de gapende klove van mijn dood en mijn zonden henen, dat a priori in mijn ziel indroeg en het vast zette in de wereld van mijn denken 1"

Barger repliceerde aan Daubanton met een artikel in de Stemmen van Januari 1883, getiteld: Nog eens de onfeilbaarheid der Heilige Schrift, waarop Daubanton in 't Februari-nummer weer antwoordde met een schrijven: Aan Dr E. Barger.

Eindelijk werd ook door den Leidschen Hoogleeraar Dr J. J. Prins nog de aandacht gevestigd op Dr Kuyper's Rede in een boekske: Apologetische Polemiek, dat weer onderstaand schrijven van Dr Kuyper uitlokte, opgenomen in De Heraut, nr 258.

„Amsterdam 24 Nov. 1882.

Hoog Geleerde Heer!

Door uw vriendelijke beschikking werd mij dezer dagen een „present-exemplaar" toegezonden van een boekske, onder den titel van Apologetische polemiek, bij den uitgever Adriani te Leiden door U ter perse gelegd.

Sluiten