Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1887

202

Naftali geeft schoone woorden.

Gen. 49 : 21.

Wonderbaar is Naftali van den Heere gezegend geweest, want in Naftali's stam lag de westkust van Genesaretbs meer, en in Naftali lag Kapernaüm en wat vlekken en wat stedekens er meer aan dien oever door Immanuels voetstap zijn vereeuwigd.

Naftali, zingt Jacob stervend, geeft schoone woorden! En hoor, op Naftali's erve verhief zich de bergglooiing, van wier helling de hemeltaal der Bergrede voor het eerst wierd beluisterd.

Er lag in Naftali's stam dat ongezocht harmonische, dat de schoone beweging der hinde en het schoone woord der lippen teelt, zonder dat de kunst er in herkenbaar is.

Het ongekunsteld schoone, dat vanzelf verrukt en boeit door zijn bekoorlijkheid.

Naftali's verweerkracht was daarom klein. Het lag ver van Jeruzalem, bet lag als overgeleverd aan de heidenen. Met Zebulon zat vooral Naftali's volk, zegt Jesaja (8 : 23), in duisternis.

Maar ook, juist daarom is over Naftali het heerlijkst licht opgegaan. Want In Naftali zijn verre de meeste van Jezus' wonderen geschied, en op Naftali's bodem heeft die zilveren stem weerklonken, die van Jezus' lippen woorden gaf zoo schoon en zoo zielverrukkend, als nooit een menschenoor ze had beluisterd.

Die zin en die gave voor het schoone lag in Naftali's aard, en dies mocht Naftali mee aan 's Heeren tempel bouwen. Want toen Salomo toekwam aan de stukken, die kunstschoon vergden, aan de koperen pilaren en koperen zee en de runderen, toen riep hij Hiram uit Tyrus, en Hiram, zoo verhaalt de Schrift ons, was uit Naftali's stam (1 Kon. 7 : 14).

De macht van bet boeiend woord vooral wierd in Naftali beseft. En toen Barak, die Jabin en Sisera sloeg, tegen den geweldenaar op moest trekken, was bet ook deze richter, die met de macht van het woord rekende. Want Barak was uit Naftali, en Barak zei: Ik zal niet trekken, tenzij Deborah, de vrouw, die schoone woorden geven kan, met mij ga.

Zoo boeit Naftali.

Naftali ontving een schoone en een sierlijke gave, waarom Mozes van Naftali zong: O, Naftali, wees verzadigd van de, gunsten en vol van de goedertierenheden des Heeren (Deut. 33:23).

En er bloeide dan ook in Naftali edeler zin op. Want Deborah kon het van Naftali zingen: „Naftali is een volk dat zijn ziele versmaad heeft tot den doodl" (Richt. 5 : 18).

Toen het tegen Jabin en Sisera ging, ging tegen de vijanden des Heeren, toen had het zachte, schoone Naftali de vreeze

Sluiten