Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1890

294

dan moet ze beantwoorden aan de volgende eischen: le haar doel moet zijn, niet om aan eenige geleerden de gelegenheid tot onbezorgde studie te bieden, maar om te doceeren en te gradueeren; 2e ze moet een vereeniging zijn van mannen, die niet elk op eigen risico doceeren, maar saam doceeren als faculteit, evenals ze saam als faculteit examineeren en gradueeren; 3e de inhoud van wat ze doceeren moet niet zijn „de godsdienst", noch ook „God zelf, maar de geopenbaarde kennisse Gods; en wel, ter onderscheiding van de philosophie, die elders thuis hoort, die kennisse Gods, die geopenbaard is op bovennatuurlijke wijze; 4e om dit te kunnen\ ioen, moet ze als uitgangspunt voor haar doceeren een belijdenis bezitten; 5e moet deze belijdenis, zal ze doceeren voor de practijk des levens, saamvallen met de belijdenis der kerken, op de vorming van wier dienaren ze het oog heeft; en 6e kan ze in geen universitair verband staan met andere faculteiten, die haar bovennatuurlijk uitgangspunt en het bestaansrecht der boven de natuur uitgaande openbaring, principieel of feitelijk, bij hetgeen ze zeiven doceeren, loochenen.

Voor wat het derde punt van onderzoek, de publieke Universiteit ten onzent, betrof, vergeleek de hoogleeraar zijn genomen conclusiën inzake de theologische faculteit met ons Universitair onderwijs hier te lande, dat volslagen beginselloos is en niet den minsten waarborg biedt voor den geest van hetgeen gedoceerd wordt. Zijn slotsom was, dat de vraag, of aan de Rijksuniversiteiten hier te lande plaats is voor een theologische faculteit, ontkennend moet beantwoord worden. En wel op de drie navolgende gronden: Een faculteit is ondenkbaar, tenzij ze in eenheid van belijdenis haar uitgangspunt hebbe; anders kan ze geen theologie doceeren, dan voorzoover deze deels onder de philosophie, deels onder de letterkundige studiën thuishoort. Zulk een waarborg nu voor eenheid van belijdenis is bi] de inrichting onzer Universiteiten ondenkbaar. Atqui ergo kan ze aan onze publieke Universiteiten niet bestaan. Ten tweede: een faculteit der theologie eischt correspondentie met de kerken, aan de wetenschappelijke vorming van wier doctores en pastores ze arbeiden wil. Onze wet daarentegen snijdt elk stilzwijgend of officieus verband tusschen de faculteit en de belijders der kerken af, en kan diensvolgens geen theologische faculteit onder haar faculteiten opnemen. En ten derde: Een theologische faculteit kan In geen Universitair verband staan met andere faculteiten, die principieel het onderwerp van haar onderzoek ignoreeren of loochenen. Dat doen de overige faculteiten aan de publieke hoogescholen, die geen ander richtsnoer dan de Rede erkennen; en hieruit volgt, dat geen theologische faculteit in het verband van zulke Universlteitea

Sluiten