Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1890

320

bedoelt de Catechismus dan ook niets anders, dan om deze drie grondstukken van ons geloof naar den aard onzer kerken toe te lichten, met het oog op het leven.

Want wel gaat in den Catechismus aan de XII Geloofsartikelen nog eene inleiding vooraf, en staan tusschen de XII Geloofsartikelen en de X Geboden de Sacramenten in; maar toch blijven deze drie grondstukken in den Catechismus de hoofdzaak, zoodat ze ruim tweederden van den inhoud in beslag nemen. In deze drie grondstukken weet onze kerk zich één en verbonden met alle kerken Christi op aarde, en daarom is het, dat ze als uitvloeisel van den Doop (die opneming in de algemeen Christelijke kerk bedoelt) na den Doop eene onderwijzing in deze driegrondstukken, die aan alle kerken gemeen zijn, volgen laat.

En wat nu die inleiding betreft, zoo is ook die juist zoo als het voor zulk een practisch handboek wezen moet Ze gaat namelijk niet van eenig begrip van God, maar van de practische zielsbehoefte van den Gedoopte uit; vraagt hem naar zijn troost; en leidt hem uit zijn heerlijke gedachte op tot de XII Geloofsartikelen, waarin deze troost ligt uitgesproken. Alleen bij de Sacramenten, waarin onze kerken zichtbaar tegen andere kerken overstemden, is ze dan ook polemisch, vooral in de af deeling over de Mis. Maar dat kon niet anders, overmits de Sacramenten juist de uitwendige, zichtbare teekenen der kerken zijn, en hierbij dus het verschil met andere kerken wel moest uitkomen.

Zoo is dan de Catechismus uit practische behoefte geboren; hij is practisch aangelegd; en zóó ingedeeld, dat hij in den loop van één jaar behandeld kan worden.

Maar zoo is onze Confessie niet.

Wat de Confessie dan wel is, lezen we verder:

De Confessie is geen leerboek, maar een boek van belijdenis; een plechtig actestuk, waarin de kerk positie neemt tegenover de wereld, tegenover andere kerken en tegenover alle secten. Met de Confessie' keert ze zich niet naar binnen, maar naar buiten; niet naar de kinderkens, maar naar wie buiten staan. De kerk ligt in geschil over de hoogste waarheid. In geschil met de wereld en haar wijsheid, en in geschil met de ketterijen; maar ook ten deele in geschil met de zusterkerken. En het is nu tegenover alle dezen, dat de kerk duidelijk en onomwonden als voor Gods aangezichte, belijdt wat voor haar als hoogste en zuiverste waarheid geldt. Vandaar dat de Belijdenis zich niet uitlaat over geschillen, die in den boezem onzer eigen kerken nog niet tot rijpheid zijn gekomen. Alleen wat uitgemaakt en met bet bloed

Sluiten