Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1895

112

waren verkondigd, de één meer, de andere minder zuiver, en hieruit zeer uiteenloopende voorstellingen van den wille en de openbaring Gods ontstaan waren, heeft het Calvinisme in zijn Belijdenisschriften uitgesproken, hoe en op wat manier het gezag der Heilige Schrift, dat ons leven en denken moet beheerschen, te verstaan zij.

12.

Subsidair komen hierbij in aanmerking de Liturgische formulieren der Gereformeerde kerken, haar Kerkenordeningen, en andere door haar in Synoden genomen beslissingen, en de Dogmatische consensus van haar kundigste woordvoerders, zoo voor de leerstellige en zedekundige, als voor de kerkrechtelijke Godgeleerdheid; Calvijn, als de vader van heel deze geestesrichting, vooraan.

13.

Tweede hoofdbron voor de kennis van de Gereformeerde beginselen is de verzameling strijdschriften, waarin de Calvinisten het goed recht van hun belijdenis en van geheel hun levensbeschouwing verweerd hebben tegen verwanten of antithetische richtingen, met name tegenover de Roomschen, de Anabaptisten, de Libertijnen, de Socinianen, de Lutherschen, de Arminianen, de school van Saumer, de Independenten, de Cartesianen, de Coccejanen en de Spinozisten.

14.

Derde hoofdbron is de Historie van de Calvinistische kerken en volkeren, of ook van de Calvinistische groepen in landen, waar zij duurzaam vervolgd en ten laatste onderdrukt werden. En in verband hiermeê de beschrijving van de toestanden en gewoonten, die zich, onder invloed van hef Calvinisme, op allerlei gebied des levens gevormd hebben; alsmede de levensbeschrijving van Calvinistische mannen en vrouwen.

15.

Vierde hoofdbron eindelijk is hetgeen op wetenschappelijk en aesthetisch gebied (dit laatste met name in de poëzie), over allerlei onderwerpen, en in allerlei vorm, in den loop der eeuwen, van Calvinistische zijde geleverd is.

16.

Overmits Art. 2 van de Statuten der Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden grondslag bedoelt een beoefening der onderscheidene wetenschappen op den grondslag der Gereformeerde beginselen voor onzen tijd in het leven te roepen, is het vóór alle dingen noodig, dat aan die beginselen ook de beantwoording worde ontlokt van de vragen, die eerst sinds Kant's onderzoek van het kennende subject meer op den voorgrond zijn getreden, en die in de 16e eeuw zich nog aan niemand, en dus ook niet aan Calvijn, in die volle strekking voordeden. Over den aard en het wezen onzer kennis, over de wijze waarop het kennend vermogen werkt, op het verband

Sluiten