Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1897

130

naar eene gedachte. En vraagt ge welke gedachte? Niet alleen om u, antirevolutionairen, maar om heel mijn volk gelukkig te maken, door u terug te leiden naar de ordinantiën Gods.

Eene historische psychologische verklaring ga ik u geven, hoe ik tot die gedachte gekomen ben.

Een dagbladlezer was ik van mijn jeugd af. Hoewel mijn vader het mij verbood, sloop ik als jongen van 10 jaar stil met mijn blad naar zolder en las daar de Oprechte Haarlemmer. Toen ik dan ook aan de Academie kwam, was ik reeds een politiek man in het klein. Ik was destijds een anti-Papist van het felste soort; ik meende dat Thorbecke tegen Oranje streed, en ik had Oranje lief met heel mijn hart, en toen de tijding kwam, dat Thorbecke gevallen was, stormde ik juichend naar mijn vader's studeervertrek.

Te Beesd als predikant beroepen, was ik een lezer van het Haagsche Dagblad, streed voor Heemskerk Sr. en beschouwde ik Keuchenius als een politiek booswicht

Toen begon God in mij te werken. Een lichtstraal van hooger dan deze wereld viel in mijn hart. Toen keerde alles om. In gesprekken met eenvoudige Christenen, bovenal met den edelen hoofdonderwijzer der Openbare School, gevoelde ik, hoe verkeerd ik geoordeeld had; dat Groen van Prinsterer c.s. de mannen waren, die Nederlands volk liefhadden.

Juist in die dagen naar Utrecht geroepen ging ik, als met een lied Hamaaloth op de lippen naar dit „Sion Gods", waar ik de voormannen van Gods volk hoopte te ontmoeten. Toen ik er 'kwam, werd mijn geestdrift met ijswater overgoten. Ik dacht er mannen te vinden, strijdende met heel hun ijver voor de eere der Schrift, en ik vond een benepen stemming des gemoeds, een bezetting, opgesloten in eene vesting, de buitenwerken prijs gegeven aan den vijand; wantrouwen tusschen de officieren en de troepen en onderlinge verdeeldheid tusschen de leiders zelf. In het eerste élan van mijn geestdrift gevoelde ik, dat de basis van operatie, Gods Woord, moest gered. Ik riep daarom heel een kring van mannen van naam bijeen, om dat Woord te verdedigen. Maar nauwelijks bleek, dat ik zonder eenigen angst mij volkomen aan dat Woord onderwierp, of aüen meldden mij, dat ze zich terugtrokken en niets met mij wilden te doen hebben.

Dat is het groote evenement in mijn leven geweest. Daar ligt de klove tusschen mij en de Ethischen. Ik heb toen den strijd alleen gewaagd. Ik ben niet in de vesting weggekropen om met apologetiek de aanvallen af te slaan; ik ben zelf den vijand gaan aanvallen. Eerst het Modernisme in zijn Fata Morgana. Toen de moderne levensbeschouwing in mijn Eenvormigheid de vloek van het moderne leven. Zoo kwam er verademing.

Ik was waar Luther stond, toen hij sprak: Das Wort Gottes sollen sie stehen lassen, Gods Woord zullen ze laten staan.

Toch ontbrak er nog iets. Duitschland was Luthersch en uit dat Duitschland was de witte mier der valsche philosophie gekomen, die alle vastigheden doorvreten had. En daarom met het woord

Sluiten