Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1899

198

niet vergoelijkt, maar aangeprezen als de weg tot hoogere ontwikkeling. Walace heeft Kipling, Darwin Chamberlain geteeld. Nietzsche, die den Christus veroordeelde om zijn ontferming over het zwakke, en die zelf het zwakke verpletteren wil, is de consequente Evolutionist. De Selectie der Evolutie staat lijnrecht tegenover de Electie der Schrift, De Evolutie zoekt het soort ten koste van het individu, en de Schrift beoogt den persoon in het soort

De Christelijke Religie kan daarom met de Evolutie noch boeleeren, noch haar ignoreeren. Het Evolutie dogma staat lijnrecht tegen het principieele dogma van de Christelijke religie, d. i. tegen de ontfermingen Oods over. Zelfs veler neiging om met de Evolutionistische natuurbeschouwing nog een pantheïstisch-mystieke religie te verblinden, is ijdel. Het Pantheïsme is organisch, de Evolutie mechanisch, en beide staan deswege als vuur en water tegen elkaar over.

Het Evolutie-stelsel is volstrekt niet alleen een theorie om de soorten te begrijpen, maar de welbewuste poging om de organische wereld uit de anorganische, louter mechanisch en monistisch d. i. zonder organisch principe en zonder ,£weck" te verklaren. Haeckel verklaarde openlijk dat de Weltgeschichte te herleiden is tot een physisch-chemisch proces.

Hiermede wordt niet ontken? dat de studie der Darwinistische school een belangrijke kennis van feiten leverde en een dieper blik in het bestaan en in de eenheid der levenswereld gunde, maar het Evolutie-sfefeef is niet het resultaat van deze feiten, maar een daaraan gekoppeld philosofeem. Het is een theorie, een hypothese. En daarom is het plicht, streng tusschen die aan het licht gekomen feiten en die wijsgeerige hypothese te onderscheiden. Zelfs de opkomst van den mensch uit het dierenrijk is, ook na de vondst op Java gedaan, noch palaeontologisch, noch experimenteel bewijsbaar, en rust op een valsche deductie, die zich alleen door een onlogische petitio principii staande kan houden. Darwins verdienste bestaat dan ook alleen in deze twee gegevens, 1°. dat hij uit de kunstteelt concludeerde tot natural selection, 2°. dat hij in de wet van Malthus een motief aanwees, waardoor deze selectie vanzelf tot stand komt. Door nu deze beide gegevens, buiten alle grenzen van de empirie, te generaliseeren, en als algemeene stelling te huldigen, schonk een philosophische school aan de Evolutie haar ontstaan, een leer die door haar schijnbare eenvoudigheid, enkel uit variabiliteit en herediteit, alle organische leven scheen te verklaren en daarom, wijl ze strikte eenheid van conceptie bood, zoo spoorslags de geloofsarme wereld der hoogere intelligentie veroverde. Voetstoots gaf spreker toe, dat bovendien tal van nevenstudiën dit stelsel in het gevlei kwamen. De Appendicite maakt het bestaan van rudimentaire formatiën voor ieder duidelijk. Morphologie en Histologie toonden eenheid in alle organische structuur. De Embryologie vond een parallel tusschen de ontogenesie van den enkeling en de phylogenetische ontwikkeling van het soort. De Chorologische verspreiding van fauna en flora leidde tot gelijke conclusie. Tusschen de physiologische en psycholo-

Sluiten