Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

243

JAARTAL 1901

triomf voor den naam van God was. Dit werd hem echter door de redactie van Het Handelsblad euvel geduid. Dit was den tegenstander tot Godloochenaar stempelen ! Dit was Gods Naam ijdellijk gebruiken 1 In De Standaard van 1 Juli 1901 hielp Dr. Kuyper de redactie echter uit den droom, door, met verwijzing naar Riehm en Herzog, en ook naar wat hij zelf daaromtrent in „Uit het Woord" en in „E Voto" geschreven had, mede te deelen, dat de „naam van God" beteekent: de openbaring van Gods gezindheid en wil. Wie dus zegt, dat de naam van God triomfeert, spreekt hiermede uit, dat de geopenbaarde wil van God weer geëerd wordt. „Niemand heeft daarom recht, om als een theoloog spreekt van een triomf voor den naam van God, dit anders te verstaan, dan als de uiting van den volksgeest, dat het volk weer luisteren wil naar Gods geopenbaarden wil, en met dien wil ook in het Staatsbeleid wil gerekend zien. Staat het nu vast, dat de Liberalen juist dat rekenen in zaken van Staat met Gods geopenbaarden wil afwijzen, en eischen dat alleen gerekend worde met 's menschen rede, wat is er dan op hetgeen Dr. Kuyper sprak aan te merken."

Hierop volgde in De Standaard van 4 Juli nog deze asterisk: Uitvlucht.

Het Hand. heeft onze uitlegging van den Naam van God opgenomen. Hiervoor aan de redactie onzen dank.

Nu zoudt ge zeggen, had ze dan ook haar scherpe philippica moeten terugnemen. Toch deed ze dit niet. Integendeel, ze schuift er een tweede polemiek over heen. Een polemiek, te gewrongen en gemaniëreerd om er diep op in te gaan, maar die als proeve van curiositeit toch hier sta afgedrukt:

„Wij hebben nu, in antwoord op onze opmerking van Vrijdag omtrent het gebruik van „den naam van God" dat door Dr. Kuyper is gemaakt, van De Standaard vernomen:

„Niemand heeft het recht, om, als een theoloog spreekt van een triomf voor den naam van God, dit anders te verstaan dan als de uiting van den volksgeest, dat het volk weer luisteren wil naar Gods geopenbaarden wil, en met dien wil ook in het Staatsbeleid wil gerekend zien."

Hieruit volgt, naar 't schijnt, in de eerste plaats dat Dr. Kuyper Donderdagavond „als theoloog" heeft gesproken. Dit Is dan wel een merkwaardige bekentenis: de aanstaande kabinetsformeerder, of althans de leider der nieuwe regeeringspartij in de Tweede Kamer, spreekt, ook wanneer het een louter staatkundig onderwerp betreft als de uitslag van verkiezingen, als „theoloog".

Of bedoelde De Standaard, dat Dr. Kuyper, van opleiding en roeping eigenlijk theoloog is en daarom, als hij om welke reden dan ook in het publiek spreekt, zijn theoloogschap niet kan verloochenen? Dan komt het ons voor, dat De Standaard Dr. Kuyper geen dienst bewijst met aldus te doen uitkomen, dat hij zijn woorden niet juist

Sluiten