Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

269

JAARTAL 1902

En op blz. 19 van dienzelfden Locus vinden we nog deze waarschuwing tegen het intellectualisme: „Met name in de Gereformeerde Kerken vindt men van die dorre begripswerkers, ook onder de predikanten. Als ze 't maar weten te beredeneeren en met begrippen in mekaar te schuiven, meenen ze klaar te zijn. En zoo treft men dominees aan, die gelijken op iemand, bij wien een hongerige komt, en die nu zegt: Man, je hebt brood noodig, en dat brood bestaat uit deeg, hetwelk uit graan bereid wordt, en waar water bij noodig is; en die dan, als hij alles anatomisch juist den man heeft voorgehouden, vraagt: En hoe smaakt het je nou? Zou die man hem niet een slag in zijn gezicht geven? De Heiland daarentegen gaat uit met de roepstem: Komt tot mij, gij allen die dorst en hongert, Ik zal u verzadigen. Hoe doen wij als iemand zich geen begrip van de dingen kan vormen ? Dan helderen we de zaak met voorbeelden op. Welnu, waar redeneert de Heiland in begrippen ? Altoos leert hij door beelden en gelijkenissen. En daarom, dat dorre en moordende intellectualisme moet in de kerk bestraft. En geen ding is mij zoo pijnlijk dan dat juist van leerlingen dezer Universiteit, als ze optreden in de kerken, het gerucht loopt, dat ze dien weg van het intellectualisme bewandelen. Dat ligt aan de manier, waarop vroeger de Gereformeerde theologie is behandeld. Sla a Marck maar eens op, en wijs me dan één bladzij, waar ge een hart voelt kloppen, 't Is een begrippenkauwer, anders niet".

Voorts, als remedie tegen eenzijdigheid, gaf deze Hoogleeraar zijn studenten steeds den raad, naast de zijne, ook een andere dogmatiek te bestudeeren. „Wij volgden veelal dit advies", zegt Ds. Ferwerda, „en maakten vooral van Bavincks boek, toen dit uitkwam, dankbaar gebruik. In later jaren heb ik wel eens een steelschen blik geworpen in een studentenbibliotheek en zag ik daar dan ook de Loei staan. Eerlijk gezegd, het uitzicht van die exemplaren behaagde mij slechts matig: ze waren te maagdelijk, te onbeduimeld. En toch blijven ze de bestudeering overwaard. Wie ze met ernst doorwerkt, zal er schatten in vinden. Wie ze dicht laat, doet zichzelf als wetenschappelijk theoloog tekort".

Dit schreef Ds. Ferwerda in 1917. Maar als hij thans nog eens een steelschen blik werpt in een studentenbibliotheek, kon het wel eens zijn, dat hij er de Loei van Kuyper in 't geheel niet aantreft...

Intusschen blijft het jammer, dat deze college-dictaten wel de pers verlieten, maar nimmer op de markt kwamen. Het bleef studentenwerk, waarvoor Dr. Kuyper zelf geenerlei verantwoordelijkheid wilde dragen. En wel schreef hij in 1886 (Het Conflict gekomen, dl. III, blz. 39), dat hij eerst zijn Encyclopaedie en daarna zijn Dogmatiek wenschte uit te geven; maar deze wensch bleef, wat de tweede helft betreft, onvervuld. Zijn college-dictaten geven dan ook slechts een flauw denkbeeld, van wat deze Dogmatiek had kunnen zijn. Toch ook weer niet zóó flauw, of wie ze bestudeert, bewondert ze als een onafgewerkte kathe-

Sluiten