Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

367

JAARTAL 1911

ons menschelijk geslacht Dat drama tot in het huiselijk leven, tot in het persoonlijk leven van geestelijke heroën indringend, telkens weer uit het schijnbaar nietige het hoogste doende opbloeien. Uit den herdersknaap bij Bethlehem heel de Davidische dynastie, uitloopend op God zelf in het vleesch geopenbaard. En dit drama, in zijn machtig geheel en in zijn bijzondere trekken, ingedrongen in het bewustzijn en in de herinnering van heel de Joodsche en heel de gekerstende wereld. Een ieder der in dit drama op den voorgrond tredende personen kennend, met hun lot en leven vertrouwd, als voorbeelden hen aangrijpend, eigen doen aan hun doen toetsend. Nooit in ons eigen leven de raadselen van het menschelijk hart zoo breed en zoo rijk ontvouwd, als ze in de werken Gods en in de heiligen voor ons treden. Elders moge het veld dat de Kunst betreedt nog uitgestrekter zijn, nergens delft de Kunst zoo diep.

En omgekeerd heeft dit Heilige Boek de Kunst noodig, om zijn schat uit te stallen en zijn actie door alle eeuwen te laten zien. Van wat de toonkunst vermocht om deze actie tot in ons hart over te dragen, kan hier slechts gerept Alleen het plastisch effect der Kunst kan hier ter sprake komen, en daarvan is het effect, dat zij doet zien, wat de Schrift zelf slechts doet hooren. Ons lezen blijft hooren, een ingaan van het feit in uw bewustzijn door het woord; en ook dit in u opnemen door het woord staat hoog, maar het is het hoogste niet. Een Apostel die zelf „aanschouwd en getast heeft het Woord des Levens", wint het van ons in warmte van indruk. Ook in het woord kan men schilderen, en de Apostel juicht er in, dat hij het Kruis van Christus als voor de oogen der Galatiërs geschilderd heeft Maar toch staat het zien hooger. „Nu zien we als door den spiegel van het woord op een duistere gestalte, maar eens zal het worden een zien van aangezicht tot aangezicht, een kennen gelijk wij gekend zijn, in klare aanschouwing". In het woord, zonder meer, blijft ook de Christus ons een zwevende gestalte, maar eens zullen wij hem gelijk zijn, „want we zullen hem zien gelijk hij is". En ook de Bergrede zegt het ons: „Zalig zijn de reinen van hart, want ze zullen God zien." Te willen zien is voldoening zoeken voor een behoefte van ons hart Het kind wil platen zien, en komt door de platen tot het recht verstand van wat het straks lezen gaat. En ook onder ons ouderen is de drang naar illustratie zoo machtig, dat men weer alles in plaat voor zich wil zien. Wie iets toont, vindt warmer belangstelling dan wie gebonden is aan de pen. Zekér, ook het wegsleepend woord oefent soms een mystieke kracht, die alle plastisch effect kan te boven gaan; maar het verhaal wil verlucht, wil getoond, wil opgeluisterd zijn. Wat een kind op school in plaat gezien heeft, bBjft veel beter hangen dan wat 't van buiten leerde. Vooral de Oostersche en Zuidelijke volken, minder dan wij in het redebesef levend, voelen die behoefte om te zien sterk. Zelfs het zedelijke zetten ze symbolisch in figuren om. En met name de Zending zou ongelooflijk winnen, zoo ze meer op toonen, op laten zien, dan op redeneering en verhaal bedacht was. Te Khonia, in KleinAzië, zag ik op een school van inboorlingen Le Catéchisme en Images

Sluiten