Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

421

JAARTAL 1915

206. Toespraak, uitgesproken op 24 Nov. 1915, ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan der J.-V. op G. G. „De Zaaier0 te Kralingen, door een der toenmalige leden stenografisch opgenomen.

Geachte Jongelingen,

Ik voel me wel wat verlegen. Ik heb zoo'n wonderlijk gevoel over me, want, sedert het zoo in de bladen uitgebazuind is dat ik hier zou spreken, krijg ik van verschillende kanten, van andere Jongelingsvereenigingen, de vraag, of ik ook eens zou komen spreken en u begrijpt wel, dat dat niet kan. Daar ben ik al te oud voor.

Toch wil ik mij even verontschuldigen wat gemaakt heeft, dat ik hier gekomen ben. Dat ligt eenvoudig daaraan, dat het hier Kralingen is, en dat zij zoo vrijpostig zijn geweest, Kralingen op te slokken en in te lijven bij Rotterdam, terwijl er toch in het geheel geen reden voor is. Want neem nu eens het buitenland. Hoe doen zij daar? Ik zal u twee voorbeelden geven.

Neem eens Brussel. Brussel heeft acht zoogenaamde voorsteden, en deze acht voorsteden zijn geheel zelfstandige steden, met eigen burgemeester, wethouders, enz., die eenvoudig hun eigen huishouding erop na houden.

Neem ten tweede eens Londen. Londen, de „groote" stad! Maar Londen is zoo'n groote stad niet. Londen bestaat uit 29 gemeenten, en elk van die gemeenten staat geheel op zichzelf. Sedert 1899 is dat voor goed geordend. En nu heeft men de City als middelpunt, en daar leven 28 steden om, elk geheel doende in hun eigen huishouding, wat zij meenen, dat het best is. Hoe hebben de Engelschen dat aangelegd? Op een alleraardigste manier. Wij in ons land hebben een massa gemeenten, en die vormen samen een provincie en over die provincie staat weder de Provinciale Staten. Londen is geen stad, maar een provincie.

Ja, maar dat zijn zulke groote steden, zegt men, dat zou voor Amsterdam toch niet gaan. Maar waarom zou dat voor Amsterdam dan niet gaan ?

Hoe ik er echter ook altoos voor gesproken heb, zij gaan maar al door, alles bij elkander te voegen.

Toen de broeders van hier tot mij kwamen en zeiden: „Komt u bij ons eens wat spreken", toen heb ik gezegd: „Kralingen, dat doe ik eens." Kralingen is niet een kerk van Rotterdam, terwijl het toch in het geheel niet uitgesloten zou zijn, dat de kerkelijke samenleving de burgerlijke zou volgen. En de Jongelingsvereeniging zeide niet: „wij zijn ook van Rotterdam", maar „wij zijn van Kralingen".

Nu is het zoo, dat elke gemeente of elk dorp iets eigenaardigs bezit Men kan een ruiker maken van allemaal dahlia's, maar men kan ook een ruiker maken, waar allerlei soort van prachtige bloemen in samen gevoegd zijn. En nu heb ik liever een ruiker van allerlei bloemen, dan die van een soort.

Sluiten