Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1917

448

denker. Zoo'n Calvinist is een verouderd systematicus, de halfmoderne een man van zijn tijd. Wie nog aan het Calvinisme zich vastklemt, produceert zelf geen eigen gedachtenwereld meer; zijn denkschat schuilt niet in eigen hersenen, maar in een bestoven archief. Bij den Calvinist denkt ge dan aan een verzwakt oog en een grijzen kop, terwijl wie bij Schleiermacher zweert, u frisch en frank uit de nog glinsterende oogen tegengluurt

Het is daarom zoo kostelijk te verstaan, dat een student als jonge man een periode door jubelt, waarin het Calvinisme hem als testamentaire beschikking, nu ja eerbied inboezemt, maar waarin toch zijn eigen bezieling in andere richting bruist

Wie nog jong is, zweeft allicht te zeer in de oppervlakte, en de diepere levensernst die in het Calvinisme aan het woord kwam, greep nog zijn hart niet. En zulks te minder, nu de spanning van het leven zoo veel minder geestelijk aangrijpt dan in de dagen van Alva en Philips.

Het verbaast mij daarom telkens- zoo, als ik nog steeds merk, hoe er zelfs onder de jonge studenten nog niet weinige zijn, die reeds op hun jonge jaren met dit oppervlakkige gissen en raden van de Ethischen gebroken hebben, en uit volle overtuiging op Calvijn en Voetius teruggingen.

Niet dat ze 't alles reeds tot op zijn diepsten bodem doorgluurden, maar in gedurig klimmende mate kwamen ze toch onder den indruk, dat al het Ethische zoo van zelf, eer men er op bedacht is, de ziel laat doorvloeien, alle vastheid losweekt, feitelijk niets duurzaams tot stand brengt en gedurig opnieuw zekere neiging verraadt, om het Modernisme tegen te lonken. Al wat uit dit Ethisch denken en gevoelen opkomt, ook al wordt het door het Methodisme gesecundeerd, kan op den duur geen anderen indruk maken, dan van een saamgeplukte prachtbouquet, die, eer het leven in de bloemen half voleind is, neerflanst als een verdorde ruiker.

De zaak is nu alleen, dat het zich onttrekken aan den kanker van die spelende onvastheden maar al te vaak eerst op manlijken leeftijd volgt, en dit is dan de oorzaak dat in den studententijd het graniet, dat onder het Calvinistische tapijt schuilt, vaak in zijn glans niet gekend en niet gewaardeerd wordt

En nu heeft mij metterdaad wel eens de zorge beklemd, dat de trouw aan het Calvinisme zoo ook bij niet zoo weinigen van onze studenten van de Vrije Universiteit aan het lief en langzaam verloopen was, zonder dat de hoogleeraren er altoos de hoogere bezieling in konden wakker houden.

Soms bereikten mij zelfs droeve klachten en tenslotte duchtte ik metterdaad, dat er daling in finale kracht was. Vooral toen de actie van studenten-biddagen naar Engelschen trant ook ten onzent ingang vond. Daarbij toch hangt 't alles aan vrome gewaarwordingen, aan vrome indrukken, aan persoonlijk-vrome aangrijpingen, die ik zelf eens in Brighton onder Pearsal Smith mee doorleefde, en die toch helaas van achteren door Smith's pijnlijken val zoo bitter teleurstelden.

Sluiten