Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

451

JAARTAL 1917

wereld, maar alleen 't geen niets is, trouw aan de zake Gods zou blijven ? 't Woord was daarom door Prins Willem zoo juist en zoo bezielend gekozen, toen ook hij het, na veel worsteling, ten slotte uitriep: Niet wat machtig is naar de wereld, maar alleen wat schuilt onder de kleyne luyden, heft met mij de banier omhoog voor de eere onzes Gods.

Doch dan besta er omtrent wie onder de kleine luyden te verstaan zijn, ook geen misverstand. Al te vaak toch dringt men er heen, om onder de kleyne luyden schier eeniglijk de armeren naar de wereld verstaan, doch het is dan ook juist tegen deze onduldbare misvatting, dat niet ernstig genoeg kan gewaarschuwd worden. Noch de Christus, noch het Apostolaat, noch Prins Willem heeft ooit met „kleine luyden" eeniglijk de poveren bedoeld, die gebrek leden. De kleyne luyden zijn niet de bedeelden der Diaconie, maar ze vormen geheel de lagere groep in het samenstel van 't volksleven... Geheel die breede klasse was er mee bedoeld, die geen ander karakter dan van den gewonen burger bezat, zonder hoogere stelling in het leven in te nemen. Niet alzoo de Edelen, die van hooge herkomst waren, en zich op heel een reeks van privilegiën beroepen konden. Niet de in officie gesteldèn, die door hun ambt zich onderscheidén. Niet de in Raad geroepenen, op wier advies de Regenten vaak af moesten gaan. Het was veeleer die breede groep in de maatschappij, die van alle hoogere vlucht in het saamleven had af te zien. Doortastende, ijverige burgers, die steeds doende en bezig waren, om van den dag op den morgen te leven. Ze waren aan zedelijken ernst gehecht, in de samenleving op stille deugd prijsstellend, en alzoo mannen en vrouwen, die juist uit dien hoofde de religie in eere hielden, in trouwe hun Overheid dienden, zich aan hun vaderland toewijdden, en in Christus' Kerk heul zochten voor wat ook hen in de saamleving verdroot en lijden deed...

De détail-politiek lieten ze aan de mannen van Staat over; doch viel ook in het politieke leven met de heilige problemen te rekenen, dan traden juist deze kleyne luyden voorop, dan hingen ze niet aan anderer opinie, maar hadden aanstonds hun eigen beslissende keuze gedaan, en ging van hen, en niet van de machthebbers, de machtige impuls uit, die 't lot van land en luyden besliste. Toen de Edelen, en de Geestelijkheid, en de mannen van de Hoogeschool aarzelden, zijn 't in de 16e eeuw juist die kleine luyden geweest, die den strijd aandorsten en doorzetten, en vandaar de juichtoon die Willem van Oranje ten slotte over zijn kleyne luyden hooren liet.

Dr. Kuyper eindigde met deze peroratie:

Blijven we de „kleyne luyden" uit den worstelstrijd met Spanje, dan zal ook nu, wat aan onze vaderen gegeven werd, ons door genade gegund blijven. Ware het daarentegen dat we, door de nieuwheid van vorm verlokt, ons door gidsen van het Liberalisme op het dwaalspoor lieten leiden, dan kon op eenmaal teloor gaan, wat zich nimmermeer herstellen liet. Daartegen nu, mannen-broeders, heb ik u willen waarschuwen. Lang zal ik niet meer in uw midden zijn.

Sluiten