Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

Wet, Art. 1; Instructie, §§ 1—2.

21. De Controleurs der grondbelasting genieten een vergoeding voor de opmaking van de kohieren der grondbelasting, volgens een door den Minister vast te stellen tarief. Zie art. 11 van het Organisatiebesluit 1904.

Zie, voor de uitbetaling dezer vergoeding, § 4 der res. V. 1906, no. 181, in verband met de res. V. v. V. no. 212.

%%. Bij alle berekeningen betreffende de directe belastingen worden breuken van een cent, indien zij 60/im of minder bedragen, verwaarloosd en indien zij meer bedragen tot een geheelen cent opgevoerd. Res. V. 1906, no. 57.

Het voorschrift der res. V. 1906, no. 57, is op alle berekeningen betreffende bemalingsbelasting van toepassing. Res. V. v. V. no. 585, § 1.

23. Voor het opmaken der kohieren van de personeele belasting, wordt verwezen naar de §§ 26 en 27 der Instructie Personeele belasting, en het daarop aangeteekende, in deel VIII der Vakstudie, bijlage A.

24. Werkzaamheden, .welke ter inspectie worden verricht ten behoeve van de berekening der aanslagen (in de inkomstenbelasting), behooren met de meeste nauwkeurigheid te geschieden. De berekeningen zullen steeds door anderen moeten worden geverifieerd, waarvan door het stellen van hun paraaf op het register van aanslagen moet blijken. De Inspecteur en zij die de verificatie hebben verricht, blijven voor de juistheid der berekeningen aansprakelijk. Instr. Inkomstenbel., § 51.

De kohieren en de daarop voorkomende aanslagen worden voor ieder dienstjaar doorloopend genummerd. De nummering geschiedt steeds ter inspectie. Alsvoren, § 52, tweede lid, vastgesteld bij de res. V. v. V no. 624.

25. De Directeurs doen aan de Controleurs der grondbelasting, zoo tijdig mogelijk, opgave van het getal opcenten, ten behoeve van de gemeenten in hun controle op de grondbelasting te heffen.

Gelijke opgave geschiedt aan de Inspecteurs en de Ontvangers van het" getal opcenten ten behoeve van de gemeenten in hun dienstkring op de . personeele belasting te heffen.

Ter voorkoming van vergissingen vergewissen de Controleurs en de Ontvangers zich, vóór de opmaking der kohieren, bij de Gemeentebesturen van de juistheid der verstrekte opgaven.

Bij bevinding van verschil geven zij daarvan dadelijk kennis aan den Directeur, de Ontvangers door tusschenkomst van hun Inspecteur.

De Directeur treedt in zoodanig geval in overleg met Gedeputeerde Staten der provincie en deelt zoo spoedig mogelijk aan de ambtenaren, wien het aangaat, mede, welk getal opcenten zal moeten worden geheven.

Geen kohieren worden ter executoir-verklaring opgezonden of executoir verklaard, vóórdat men zich van de juistheid van het getal opcenten, daarop uitgetrokken, nauwkeurig heeft vergewist.

Ten aanzien van de provinciale opcenten kan worden gevolgd de opgaaf, welke dienaangaande in de Verzameling van wetten, enz. (a) zal worden bekend gemaakt. Res. V. 1908, no. 123.

(o) In verband met § 2 der res. V. 1911, no. 233, wordt de bedoelde opgaaf thans per circulaire verstrekt.

§ 2 der instructie (26). De directeur zendt de door hem executoir verklaarde kohieren, na inschrijving in het daarvoor bestemde register, aan den inspecteur, die hen, na gelijke behandeling, doet toekomen aan den burgemeester der betrokken gemeente ter afkondiging en doorzending aan den ontvanger (27—28).

Van de ontvangst van de afgekondigde kohieren wordt door den ontvan-

Sluiten