Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

Wet, Art. 12.

9. Bij de executie van boete en kosten in zaken van invoerrechten en accijnzen, door toepassing van lijfsdwang of het leggen van beslag, heeft de schatkist geen voorrang.

Het Rijk treedt dan op als concurreerend schuldeischer. van Nieuwkuyk, Het fiscale Strafrecht en de fiscale Strafactie, § 248.

10. Een opstel over parate executie en privilege komt voor in Fiscus nos. 188—191.

11. Het recht van voorrang strekt zich eveneens uit tot de aangewende kosten van vervolging. Zie art. 24.

_ 12.. Voor de grondbelasting rust de voorrang niet uitsluitend op onroerende goederen.

Boomen en veldgewassen, die met hun wortels in den grond vast zijn, onafgeplukte boomvruchten, mitsgaders delfstoffen, als: steenkolen, veen en dergelijke, zoolang deze voorwerpen nog niet van den grond gescheiden en uitgedolven zijn, zijn onroerend. Zie art. 562, sub 3, B. W.(o).

Boomvruchten, boomen en veldgewassen, die niet meer tak- of wortelvast zijn, alsmede delfstoffen, die wel van den grond gescheiden en uitgedolven zijn, zijn daarentegen roerende zaken. Zie art. 565 B. W. (a).

Schaarhout van kapbosschen en hout van hoogstammige boomen is onroerend, zoolang hetzelve niet gekapt is; art. 562, sub 4, B. W. (a).

Gekapt zijnde, behooren deze goederen tot de roerende zaken; art. 565 B. W. (a).

Verschuldigde en verschuldigd wordende pacht- en huurpennmgen, alsmede de tot zekerheid der belasting wegens te vervenen gronden geconsigneerde waarborgs-penningen zijn eveneens roerende zaken.

Verg. Fiscus no. 873; zie mede aant. 20 op art. 14.

(o) Opgenomen in aant. 13 op art. 14 hierna.

13. Op deze goederen rust het recht van voorrang, voor de grondbelasting, alleen zoolang ze aan den belastingschuldige toebehooren.

Die voorrang vervalt dus wanneer de goederen verkocht zijn.

In dat geval kunnen ze ook niet worden in beslag genomen.

Wat betreft de ingeoogste of nog niet ingeoogste vruchten kan art. 16, 3e lid, hier' niet van toepassing zijn, omdat daar sprake is van verzet tegen de mbeslagneming ter zake van belastingen, welker voorrang is geregeld bij art. 12, lett. B.

Verg. Fiscus no. 648.

Zie mede § 32 der instructie en de aantt. 26—28 hierna.

14. De geconsigneerde waarborgs-penningen voor te vervenen gronden bestaan uit een fonds, door bijdragen der verveners gevormd volgens voorschriften der provinciale besturen, en uit welker opbrengst o. a. de grondbelasting voldaan wordt door den penningmeester der veenderij. Fiscus no. 190.

Verg. het hoofdartikel in Weekblad no. 1612.

15. Zie, omtrent de vraag, of het recht van voorrang bij eigendomsovergang bestaan blijft, aant. 12 op art. 5.

Zie mede § 32 der instructie en de aantt. 26—28 hierna.

10. Zie de aantt. 13—17 op art. 14 hierna.

1T. Bij lett. B wordt niet, gelijk bij lett. A, no. 1, van het wetsartikel, gesproken van goederen, aan de belastingschuldigen toebehoorende, maar

Sluiten