Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 14.

105

door den Ontvanger niet is opgegeven of, en zoo ja, wanneer aan de in het dwangbevel genoemde personen zoowel een waarschuwing als een aanmaning was toegezonden, handelt in overeenstemming met art. 259 der Gemeentewet. Arrest van den Hoogen Raad (Raadkamer) van 17 Mei 1894, v. d. Honert, deel XIV, blz. 5, Weekblad no. 1193.

Een Kantonrechter kan niet het recht ontzegd worden om, alvorens een dwangbevel in zake de directe belastingen executoir te verklaren, zich te overtuigen dat de bij de wet voorgeschreven formaliteiten zijn opgevolgd.

Wanneer dus de Kantonrechter vóór de executoir-verklaring verlangt, dat hem een door den deurwaarder opgemaakte ambtseédige verklaring nopens de uitreiking van waarschuwing en aanmaning worde overgelegd, kan hem dit niet worden geweigerd. Res. van 29 Juni 1895, no.71.

Verg. § 47, derde lid, der instructie hierna.

40. Volgens Fiscus no. 57 is bij Arrest Van den Hoogen Raad van 6 Dec. 1889, met betrekking tot art. 35 der Zegelwet (zie V. 1844, no. 74) beslist, dat de Kantonrechter de executoir-verklaring van een dwangbevel alleen mag weigeren op grond dat dit in den vorm nietig is of door een daartoe onbevoegd ambtenaar is uitgevaardigd, doch niet op grond van beweerde onwettigheid der bij het dwangbevel gedane vordering.

41. De Kantonrechter behoort zich bij de executoir-verklaring van een dwangbevel, ter invordering van personeele belasting, te bepalen tot een onderzoek naar de wettigheid van den vorm Van dat bevel en de bevoegdheid van den ambtenaar, door wien het is uitgevaardigd.

Hij is onbevoegd de in het dwangbevel vermelde kosten van vervolging te verminderen. Arrest van den Hoogen Raad (Raadkamer) van 24 Febr. 1899, v. d. honert, deel XV, blz. 65.

4%. De prestatie in geld, die bij een gemeentelijke verordening op de invordering, niet bij de Koninklijk goedgekeurde verordening op de keffing der belasting in natura, in de plaats daarvan is vastgesteld, is niet een plaatselijke belasting, die door parate executie kan worden ingevorderd.

De Kantonrechter heeft, op dien grond, terecht de executoir-verklaring geweigerd van een, te dier zake, uitgevaardigd dwangbevel. Beschikking van den Hoogen Raad van 15 Aug. 1907, W. v. h. R. no. 8586; zie Fiscus no. 984.

43. De deurwaarder, beslag leggend tot tenuitvoerlegging van een dwangbevel, uitgevaardigd wegens niet aangezuiverde vermogensbelasting, is niet in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, wanneer het dwangbevel niet, door den bevoegden Kantonrechter, is executoir verklaard.

Zoolang die executoir-verklaring niet heeft plaats gehad is de deurwaarder niet bevoegd, noch verplicht, tot de hem opgedragen inbeslagneming over te gaan. Arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 Sept. 1908, W. v. h. R. no. 8862, Weekblad no. 1936, Fiscus no. 1076.

44. Verg. het tweede lid van art. 17 hierna, alwaar aan den Kantonrechter de bevoegdheid wordt verleend, de machtiging tot inlegering te weigeren „om zeer gewichtige redenen."

Een dergelijke bevoegdheid kent art. 14 niet, met betrekking tot de executoir-verklaring van het dwangbevel.

45. Nu het dwangbevel wordt beteekend met bevél tot betaling, is vóór de inbeslagneming van roerende en onroerende goederen en van

Sluiten