Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

166

Wet, Art. 20.

verkoop doorging, moet hebben geweten, althans moet hebben begrepen, dat hij goederen van derden ging executeeren. Arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 26 April 1911, W. v. h. R. no. 9220, Weekblad no. 2063.

(o) De deurwaarder, die roerende goederen in beslag neemt, treedt geheel als zelfstandig handelend ambtenaar op en pleegt, wanneer hij daarbij de uitdrukkelijke voorschriften der wet overtreedt, een onrechtmatige daad. Vonnis van de Arr. Rechtbank te 's-Qravenhage van 4 Mei 1897, W. v. h. R. no. 7027.

13. De deurwaarder, beslag leggend tot tenuitvoerlegging van een dwangbevel, uitgevaardigd wegens niet aangezuiverde vermogensbelasting, is niet in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, wanneer het dwangbevel niet, door den bevoegden Kantonrechter, is executoir verklaard.

Zoolang die executoir-verklaring niet heeft plaats gehad is de deurwaarder niet bevoegd noch verplicht, tot de hem opgedragen inbeslagneming over te gaan. Arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 Sept. 1908, W. v. h. R.jio. 8862, Weekblad no. 1936, Fiscus no. 1076.

14. Zie het Arrest van den Hoogen Raad van 11 Maart 1895, in aant.7 op art. 469 W. v. B. R. (bijl. D).

15. De benoeming en bezoldiging van de deurwaarders en de rangschikking der deurwaardersdistricten is geregeld bij de artt. 47—54 van het Organisatiebesluit 1904.

Art. 53 is gewijzigd bij het Kon. besluit V. v. V. no. 174.

Zie mede art. 55 van eerstgenoemd besluit, in aant. 16 hierna.

Blijkens de Mem. v. A. in zake Hoofdstuk VUB der Staatsbegrooting voor 1906, ligt het in de bedoeling, het afzonderlijk corps deurwaarders af te schaffen. Nieuwe deurwaarders zullen niet meer worden aangesteld en het werk dier ambtenaren zal geleidelijk overgaan op.kommiezen, die voor den minder eenvoudigen dienst in sommige districten practisch kunnen worden opgeleid.

In 1905 is voor het laatst gelegenheid gegeven tot het afleggen van het examen voor deurwaarder. Zie de res. V. 1905, no. 70.

16. De deurwaarders genieten uit de vervolging in zake directe belastingen geen baten(a).

Aan iederen deurwaarder wordt, voor zooveel noodig, door den Minister een vaste jaarlijksche som toegekend: ;

a. als vergoeding voor de kosten van kantoorbehoeften en schrijfloon;

b. als vergoeding voor reis- en verblijfkosten (£>). Organisatiebesluit 1904, art. 55, gewijzigd volgens art. IV van het Kon. besluit V. v. V. no. 113.

(o) Hetzelfde geldt in zake de tenuitvoerlegging van dwangbevelen, afkomstig van de Rijksverzekeringsbank. Zie het Kon. besluit V. v. V. no. 117, in aant. 7 op art. 506is der Ongevallenwet 1901 (bijl. C I).

(5) Verg. de res. van 10 Juli 1914, no. 11, in aant. 3 op § 15 der L O. (bijl. CII).

17. De deurwaarders der directe belastingen en de ambtenaren der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen genieten wegens werkzaamheden in zake contentieus geenerlei salaris, vergoeding of belooning (a).

Hun aanspraak op reiskosten vervalt.

Sluiten