Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage C, II (I. O.). — §§ 15—16.

277

10. De verrekening door aftrek, als bedoeld in § 17, geschiedt niet voor de, niet op de werkgevers verhaalde, loonen van getuigen en bewaarders, die behooren tot de personen, welke een belooning ontvangen, onafhankelijk van het resultaat der ingestelde vervolgingen.

De uitbetaling en verevening van deze belooningen, die ten laste van het Rijk en niet ten laste van de Rijksverzekeringsbank komen, geschieden overeenkomstig de §§ 26 en 20 der I. V. (a).

De uitbetaling geschiedt dus, tegen quitantie, door den Ontvanger, en de verevening op een staat van oninbare posten.

De betrekkelijke declaratie; Directe bel. no. 24 (van den Ontvanger, zie § 20 der I. V.), kan, volgens Weekblad no. 2182, worden gebracht op den eersten staat van oninbare posten, die voor inzending in aanmerking komt.

(o) Hier staat tegenover, dat de wel op de werkgevers verhaalde loonen van getuigen en bewaarders, die behooren tot de personen, welke een belooning ontvangen, onaf. hankelijk van het resultaat der ingestelde vervolgingen, niet aan deze personen worden uitgekeerd, maar aan het Rijk worden verantwoord.

Verg. het slot van het tweede lid van § 16, met aant. 4.

§ 16 (1). De ontvanger boekt de betalingen te dezer zake in een afzonderlijk daartoe aan te leggen register Comptabiliteit no. 6 (2).

In de kolommen van dat register naast den stok wordt de ontvangst gespecificeerd, in de eerste kolom onder elkander: 1°. de verschuldigde premie, 2°. de interesten tot den datum der vaststelling, bedoeld in § 10, tweede lid, 3°. de interesten van dien datum af tot den dag der betaling, in de tweede kolom de eventueel verschuldigde zegelkosten van het dwangbevel (3), in de derde kolom de kosten van vervolging ten bate van het Bijk, in de vierde kolom de overige kosten van vervolging, dat zijn uitsluitend de uitschotten van den deurwaarder en het loon van getuigen en bewaarder, geen ambtenaar zijnde, noch behoorende tot de personen, die eene belooning ontvangen, onafhankelijk van het resultaat der ingestelde vervolgingen (4).

De in kolom 4 geboekte kosten (5) worden overgebracht in het register Directe Belastingen no. 23 doch eerst aan het einde van iedere maand afgetrokken van de ontvangsten in het register Comptabiliteit no. 6; het tweede lid van § 18 I. V. is daarop-verder van toepassing (6).

De ontvanger geeft voor het totaal der ontvangst, zonder specificatie, de aangehechte quitantie uit het register af. Deze quitantie is niet aan zegelrecht onderworpen (7).

Na kantoortijd zendt de ontvanger aan de kantoren of hulpkantoren der posterijen, vermeld in den staat bedoeld in §2, eene opgave van de werkgevers, welke op dien dag het verschuldigde hebben voldaan. De formulieren voor het doen dezer opgave worden door de Bijksverzekeringsbank verstrekt (8).

ES

1. Gewijzigd volgens de res. V. v. V. no. 119, sub IV.

2. Het volgeschreven register Compt. no. 6, gehouden ingevolge §16 der I. O., wordt ingezonden na verloop van vijf jaren — het jaar waartoe het laatstelijk betrekking heeft niet medegerekend (a). Res. V. v. V, no. 601, § 19.

(o) Zie, omtrent inzending van volgeschreven registers Compt. no. 6, in het algemeen, § 23 der res. V. v. V. no. 601.

3. Ook de zegelkosten van andere stukken dan het dwangbevel, behooren, voor zoover deze stukken gezégeld van de Rijksverzekerings-

Sluiten