Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

340

Bijlage D (Burg; -Rechtsv.). — Artt. 468—469.

Verg. de res. van 28 Mei 1900, no. 25, in aant. 2 op § 23 der I. V. (bijl. B n).

Zoolang het voorschrift der res. V. 1865, no. 71, bestaat, zal de deurwaarder evenwel goed doeD, daaraan te voldoen.

De gouden en zilveren voorwerpen kunnen, zoo noodig, per aangeteekend postpakket naar het kantoor van den waarborg worden verzonden. De daaraan verbonden kosten kunnen aan den belastingschuldige in rekening worden gebracht. Zie § 16 der I. V.

(6) Behalve dat de gouden en zilveren voorwerpen in het proces-verbaal van beslag worden omschreven (art. 443), moet de deurwaarder van het onder zich nemen dier voorwerpen een afzonderlijk proces-verbaal opmaken, waarvoor de kosten zgn begrepen in het vacatiëloon voor het beslag en waarvoor dus niet afzonderlijk kosten mogen worden berekend.

Dit proces-verbaal wordt tegelijk met het proces-verbaal van beslag ter registratie ingezonden en mede in het repertorium ingeschreven.

Het wordt niet beteekend.

(c) Vergroote afbeeldingen der rijkskeurstempels voor gouden en zilveren werken zgn opgenomen in de Off. Verz. 1905, no. 142.

(d) Thans te lezen: art. 4, §§ 7, 8 en 9 van het Kon. besluit V. 1901, no. 160, gewijzigd bij het Kon. besluit V. 1905, no. 112.

(e) De aangifte, in art. 63 bedoeld, moet nauwkeurig inhouden het tijdstip waarop de verkooping zal plaats hebben; bij gebreke hiervan wordt de aangifte, als onvolledig, niet aangenomen.

De aangifte wordt door den Controleur van den waarborg voor gezien" geteekend, gedateerd, en aan den belanghebbende teruggegeven. Mondelinge aangiften zijn échter ook toegelaten.

(/) De bepaling, sub 2, geldt ook bjj verhaal van ongevallenpremie. Verg. § 11 der LO.

3. Drie dagen voor den verkoop moet de deurwaarder de voorwerpen, die hij ingevolge de res. V. 1865, no. 71 (zie aant. 2), onder zich genomen heeft, ter plaatse van inbeslagneming terugbezorgen. Verg. het tweede lid van art. 63 der wet van 1852, in aant. 1.

In dat geval zal het aanbeveling verdienen, dat van die inlevering melding wordt gemaakt op het afschrift van het proces-verbaal van inbeslagneming, dat den bewaarder gelaten is, en eveneens op het afzonderlijk proces-verbaal, bedoeld bij de gemelde res. van 1865. Deze verklaring dient door den bewaarder te worden geteekend. Caljé, De Deurwaarder, no. 348.

Art. 469 (1). De verkoop wordt gehouden bij opbod en de toewijzing zal geschieden aan den meestbiedende en tegen gereede betaling (2—7).

De deurwaarder is bevoegd te vorderen, dat hem door eiken bieder de geboden koopsom worde ter hand gesteld en deze onder zich te houden, totdat het voorwerp is toegewezen (8).

Stelt een bieder, na de in het vorig lid bedoelde vordering de geboden koopsom aan den deurwaarder niet ter hand, dan wordt het bod niet aangenomen en die persoon gedurende de geheele verkooping niet meer als bieder toegelaten.

Indien de deurwaarder gebruik heeft gemaakt van de hem bij het tweede lid toegekende bevoegdheid en er, nadat een bieder in gebreke is gebleven de geboden koopsom aan den deurwaarder ter hand te stellen, geen hooger bod wordt verkregen, blijft de hoogste bieder, wiens bod is aangenomen, daaraan gehouden en wordt hem het goed toegewezen.

Bij gebreke van betaling zal het goed terstond weder verkocht worden ten laste van hem wien het toegewezen is (9—10).

1. Dit artikel is aldus vastgesteld bij de wet van 8 April 1893, S. no. 61, V. no. 37 (a). f .

Het artikel luidde oorspronkelijk als volgt:

Sluiten