Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage D (Burg. Rechtsv.). — Artt. 480—484.

858

3. Verg. art. 470, eerste lid, hiervoor.

Art. 481. Bijaldien binnen de acht dagen, te rekenen van den afloop des verkoops, de persoon die het beslag gelegd heeft, en de geëxecuteerde en de opposanten niet kunnen overeenkomen over de verdeeling der penningen, zal degene tegen wien het beslag gedaan is, zoowel als degene die hetzelve gelegd heeft, of de meest gereede opposant, verzoek doen aan den president der rechtbank, waaronder de verkoop plaats, gehad heeft, dat er een rechtercommissaris benoemd worde, ten overstaan van wien de verdeeling zal moeten plaats hebben (1).

Dit verzoek zal in een daartoe ter griffie aangelegd register worden gedaan.

1. Voor de indiening van het verzoek aan den President der Rechtbank Wordt de tussehenkomst van een procureur vereischt. Instructie Invordering, § 56.

Art. 482. Binnen de veertien dagen, te rekenen van den dag waarop de benoeming van den rechter-commissaris zal zijn beteekend aan dengenen tegen wien het beslag is gedaan, mitsgaders aan de opposanten (1), zullen de schuldeischers, op straffe van in de verdeeling niet te worden begrepen, gehouden zijn aan dien reehter-commissaris ter hand te stellen hunne titels. Zij zullen woonplaats bij eenen procureur moeten kiezen, en door dezen doen overleggen en teekenen eene schriftelijke vordering, ten einde, hetzij als bevoorrechte, hetzij als concurrente schuldeischers té worden gerangschikt.

1. De wet heeft hier op het oog het meest gewone geval, dat nl. de Rechter-commissaris is benoemd ten verzoeke van den executant; intusschen heeft men daarbij uit het oog verloren, dat art. 481 ook andere gevallen als mogelijk stelt, doch het zal daarom wel aan geen twijfel onderhevig zijn, dat de benoeming, zoo zij geschiedt ten verzoeke van den geëxecuteerde, of van een der andere schuldeischers, wederkeerig behoort te worden beteekend aan den executant. De Pinto; zie Fiscus no. 657.

Art. 483. Na verloop der veertien dagen bij het voorgaande artikel bepaald, zal de rechter-eommissaris, naar aanleiding van de overgelegde stukken, eenen staat opmaken van verdeeling (1—2).

1. Met betrekking tot de verdeeling der kooppenningen kunnen geen andere titels in aanmerking komen, dan die bij den Rechter-commissaris zijn overgelegd. Arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 Oct. 1886, W. v. h. R. no. 5403.

%. De Rechter-commissaris gaat ambtshalve tot het opmaken van den staat van verdeeling over, zonder dat daartoe een nieuwe vordering noodig is. De Pinto; zie Fiscus no. 657.

Art. 484. De staat wordt door den rechter-commissaris ter griffie nedergelegd en van dat nederleggen binnen acht dagen daarna door hem, die de rangregeling vervolgt (1), aan de overige in art. 481 bedoelde partijen bij exploot van eenen deurwaarder kennis gegeven met vermelding van dag en uur (2), waarop alle partijen zich bij den reobte^eominissaris zullen kunnen vervoegen tot het voorstellen hunner wederspraak.

1. Indien de partij, die de rangregeling vervolgt, nalatig blijft in het Invordering. 23

Sluiten