Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage D (Borg. Rechtsv.). —

Artt. 502—504.

857

1. De wet schrijft niet voor dat bevel moet worden gedaan om binnen twee dagen te betalen. Er moeten evenwel tusschen het bevel en het beslag minstens twee dagen verloopen. Zie art. 503.

Verg. de artt. 439 en 563.

%. De Ontvanger kiest woonplaats bij den procureur, die voor de executie is aangewezen, indien deze althans woont in de plaats, waar de Rechtbank,- die van de zaak moet kennis nemen, zitting houdt.

Zie, omtrent procureurstelling, § 56 der Instructie Invordering,, opgenomen onder art. 14 der Wet op de Invordering, en aant. 2 op § 14 der I, O. (bijl. G II).

3. Zie aant. 1 op art. 5 hiervoor.

4. Nu de dwangbevelen in zake directe belastingen en ongevallenpremie worden beteekend met bevel tot betaling is een afzonderlijk bevel, als hier bedoeld, .vóórdat tot de inbeslagneming wordt overgegaan, niet noodig, indien althans bij de beteekening van het dwangbevel de bijzondere voorschriften van art. 502 zijn opgevolgd, nl. dat er woonplaats is gekozen in de plaats waar de Rechtbank zitting houdt en de akte van beteekening^de mededeeling bevat, dat bij gebrek van betaling zal worden overgegaan tot de inbeslagneming der onroerende goederen.

Mocht dit niet het geval zijn, dan behoort een afzonderlijk bevel te worden gedaan, met inachtneming der bedoelde voorschriften.

Zie art. 14 der Wet op de Invordering, alsmede aant. 4 op § 1 der I. O. (bijl. G II).

Art. 503. Geen beslag zal op onroerende goederen gedaan mogen worden dan twee dagen na het bevel; indien de schuldeischer een jaar na het bevel laat verloopen, zal hij gehouden zijn het bevel te hernieuwen.

Art. 504. Na verloop van voorschreven termijn, zal het beslag gedaan worden bij een proces-verbaal van den deurwaarder, hetwelk zal inhouden:

1°. De vermelding dat de deurwaarder zich op het goed begeven heeft, en de vermelding van den voornaam, naam en de woonplaats van den inbeslagnemer en van den schuldenaar (1 —2);

2°. De vermelding van den titel uit krachte van welken de vervolging plaats heeft (3);

3°. Den aard van de in beslag genomen onroerende goederen, hunne ligging, naar aanleiding der kadastrale mdeeling, en, indien het landelijke eigendommen zijn, de grootte van dezelve, zooveel mogelijk;

4°. De aanwijzing der rechtbank waarvoor de verkoop zal geschieden, en de keuze van woonplaats bij eenen procureur bij dezelve (4—6).

1. Uit het voorschrift, dat het proces-verbaal moet inhouden de vermelding, dat de deurwaarder zich op het goed begeven heeft, volgt niet, dat het tevens volstrekt noodzakelijk is, dat hij daar ter plaatse ook het proces-verbaal opmaakt.

Wel is het raadzaam dit zooveel mogelijk te doen, omdat de deurwaarder op die wijze het in beslag genomen goed het best met nauwkeurigheid kan beschrijven, en zich het gemakkelijkst de noodzakelijke inlichtingen kan verschaffen; maar, mits hij zich slechts werkelijk op het goed begeve, en daarvan behoorlijk melding make in zijn proces-verbaal, zal het beslag niet minder geldig zijn, al is dat op een andere plaats opgemaakt. De Pinto 77 (a), blz. 643.

(o) De aanteekeningen uit het werk van Mr. A. de Pinto, betrekking hebbende

Sluiten