Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

370

Bijlage D (Burg. Rechtsv.). — Artt. 574—583.

van dit artikel ook van toepassjngis op schepen van tien last of minder. Verg. de artt. 573 en 469.

Art. 575. Door den gerechtelijken verkoop wordt het schip ontlast van alle bevoorrechte schulden waarvoor hetzelve was verbonden.

Art. 576. De eischen tot reclame zullen ter griffie van de rechtbank worden ingebracht vóór de toewijzing.

Indien dezelve eerst na de toewijzing worden ingebracht, zullen zij van rechtswege gehouden worden voor oppositie tegen de uitbetaling der kooppenningen (1).

1. Omtrent de vraag, of bij reclame en oppositie tegen de afgifte van kooppenningen, bij inbeslagneming van schepen, de voorschriften van de artt.' 456, 457, 536, 537, 538—543 moeten worden opgevolgd, wordt verwezen naar De Invordering nos. 12 en 13.

Art. 577, enz.

Art. 581. De bepalingen vervat in de vijfde afdeeling van den derden titel van het tweede boek, zijn mede toepasselijk op-de verdeeling van de opbrengst van bij executie verkochte schepen boven de tien lasten. • Ten aanzien der verdeeling van de opbrengst van kleinere schepen, gelden de bepalingen van de derde afdeeling van den tweeden titel van het tweede boek.

Art. 582. Een zeeschip of zoodanig schip of vaartuig dat volgens den laatsten titel van het tweede boek van het Wetboek van Koophandel met een zeeschip is gelijkgesteld, gereed zijnde om onder zeil te gaan, kan niet worden in beslag genomen, tenzij voor schulden, gemaakt ten behoeve van de reis die hetzelve gaat ondernemen; en zelfs kan zoodanige inbeslagneming belet worden door borgstelling voor die schulden (1).

Het schip wordt geacht zeilree te zijn, zoodra de schipper van de noodige papieren is voorzien om te kunnen vertrekken (2—3).

1. Met zeeschepen worden, volgens art. 748 van het Wetboek van Koophandel, gelijkgesteld de schepen en vaartuigen, welke de rivieren en binnenwateren bevaren, en tevens van buitenslands komen of naar buitenslands bestemd zijn.

2. De bewijslast, dat het schip zeilree is rust op hem, die de opheffing van het beslag eischt. Vonnis van de Arr. Rechtbank te Alkmaar van 9 Maart 1876, W. v. h. R. no. 4000.

De papieren, die in het tweede lid worden bedoeld, zijn genoemd in art. 357 van het Wetboek van Koophandel. Mochten er nog andere documenten noodig zijn om het vertrek mogelijk te maken, dan zullen ook deze voorhanden moeten zijn om het zeilree zijn aan te nemen. Van Rossem ; zie De Invordering no. 4.

3. Een schip, geen zeeschip zijnde en volgens de wet daarmede niet gelijkgesteld, kan worden in beslag genomen, al is het zeilree; zelfs zal zoodanig schip gedurende de reis in beslag genomen kunnen worden. De Invordering no. 4.

Art. 583. Schuldeischers van eenen medereeder van een schip of vaartuig, van welken aard het ook moge zijn, kunnen hetzelve niet in beslag

Sluiten