Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage D (Burg. Rechtsv.). — Artt. 747—750.

377

Art. T4T. Tegen dit vonnis is het hem echter toegestaan in verzet te komen, mits aanbiedende om de kosten te voldoen; en indien alsdan, na gedané verklaring, blijkt dat hij aan dengenen, tegen wien beslag gedaan is, niets verschuldigd is, of dat hij van dezen niets onder zich heeft, zal hij op het verzet worden ontlast van de tegen hem gevallene verwijzing in het bedrag der vordering (1) waarvoor het beslag is -gedaan.

1. De kosten waarin hij, ingevolge art. 746, bovendien verwezen is, blijven evenwel voor zijne rekening. Zie aant. 1 op art. 748.

Art. T48. Indien op dit verzet blijkt dat hij minder dan het bedrag der vordering van den arrestant onder zich heeft of verschuldigd is, volstaat hij met de voldoening of afgifte daarvan, benevens de vergoeding der door zijne nalatigheid geledene kosten, schaden en interessen (1).

1. De wet stelt als beginsel, dat de arrestant altijd moet bekomen, alles wat de derde-gearresteerde onder zich heeft, benevens de vergoeding der schade, die hij werkelijk door het verzuim van den derden-beslagene heeft geleden. Hieruit laat zich het onderscheid verklaren, dat de wet maakt tusschen het geval, dat de derde-gearresteerde niets, en dat, waarin hij minder onder zich heeft dan het bedrag der vordering, waarvoor beslag gelegd is. In het eerste geval heeft de arrestant, die niets' op hem zou kunnen verhalen, ook dan als hij zijn verklaring tijdig gedaan had, eigenlijk door zijn verzuim geen schade geleden, doch in het tweede geval kan de arrestant, door die vertraging, zijn benadeeld. Heeft hij derhalve, behalve hetgeen de derde-gearresteerde onder zich heeft, aanspraak op vergoeding, in beide gevallen moet de derde-gearresteerde de kosten dragen, die alleen het gevolg waren van zijn verzuim. De Pinto ; zie Fiscus no. 655.

Art. 149. De arrestant kan den derde, onder wien het beslag gelegd is, noodzaken de waarheid zijner verklaring met eede te bevestigen (1).

1. De beëediging der verklaring geschiedt niet dan op uitdrukkelijke vordering van den arrestant, die, door van dat middel gebruik te maken, moet geacht worden van het recht van betwisting afstand te doen en in de verklaring te berusten, mits zij door den derden-gearresteerde worde beëedigd.

De arrestant, die zich het recht wil voorbehouden om de verklaring te betwisten, moet den eed niet vorderen.

Indien de derde-gearresteerde weigert den gevraagden eed af te leggen, behoudt de arrestant het recht om de verklaring te betwisten en het gevolg hiervan zal zijn, dat de geweigerde eed tegen den derden-gearresteerde een gewichtig vermoeden oplevert. De Pinto; zie Fiscus no. 654.

Art. T50. Indien bij betwisting der vërklaring de derde-gearresteerde in het ongelijk gesteld wordt, zal de verklaring door den rechter worden verbeterd, en de derde-gearresteerde alzoo worden verwezen tot voldoening of afgifte van hetgeen zal zijn gebleken door hem verschuldigd te zijn of onder hem te berusten.

Hij kan in dat geval bovendien worden veroordeeld tot vergoeding van kosten, schaden en interessen (1—2).

1. Verg. aant. 1 op art. 746.

%. Waar schuldvergelijking tusschen werkgever en werknemer door

Sluiten