Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE E.

Uittreksel uit de wet van 30 September 1893, S.no. 140, op het faillissement en de surséance van betaling, zooals die wet is gewijzigd bij de wetten van 6 Sept. 1895, S. no. 155, 9 Juni 1902, S. no. 91.13 Juli 1907, S. no. 193 en 23 Sept. 1912, S. no. 308 (1—2).'

1. Volgens art. 14 der wet van 20 Januari 1896, S. no. 9 (Wet ter invoering der Faillissementswet) kan deze wet worden aangehaald onder den titel van „Faillissementswet".

%. Een studie over de Faillissementswet vindt men in de nos. 1263, 1264,1267,1270,1272, 1284, 1291, 1292 en 1321 van het Weekblad, terwijl een „Overzicht van het Nederlandsch faillietenrecht" is opgenomen in Fiscus nos. 448—452,456, 458, 459, 463, 465, 467, 474, 477, 502—508, 551—554 en 558—560.

In naam van Hare Majesteit WILHELMINA, bij de Gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van OranjbNassatj, enz., enz., enz.

Wij EMMA, Koningin-Weduwe, Begentes van het Koninkrijk,

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen saluut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat de wettelijke bepalingen omtrent het faillissement en de surséance van betaling herziening vereischen;

Zoo is het, dat Wij, den Baad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

TITEL I. Van Faillissement. Eerste Afdeeling.

Van de Faillietverklaring.

Art. 1. De schuldenaar, die in den toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen (1—3), wordt, hetzij op eigen aangifte, hetzij op verzoek van een of meer zijner schuldeischers, bij rechterlijk vonnis in staat van faillissement verklaard (4).

De faillietverklaring kan ook worden uitgesproken, om redenen van openbaar belang, op de vordering van het Openbaar Ministerie.

1. Of de schuldenaar verkeert in den toestand, dat hij heeft opgehouden te betalen, is een vraag van feitelijken aard, door den Rechter

Sluiten