Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage E (Faillissementswet). — Artt. 1—14.

885

in elk voorkomend geval te beslissen. Het ophouden met betalen bestaat niet in één los op zich zelf staand feit, maar in een toestand van algemeenen voortdurenden aard. Mr. J. D. Veegens, De wet op het faillissement en de surséance van betaling, 2e druk, blz. 24.

2. Het onbetaald laten van ééne enkele schuld op zich zelf is onvoldoende om daaruit het intreden van den faillissementstoestand af te leidén. Beschikking van den Hoogen Raad van 9 Maart 1911, W. v. h R no. 9164.

Verg. De Invordering no. 11, blz. 83.

3. Blijkens een bericht in Weekblad no. 1632 is op verzoek van den Burgemeester van 's-Gravenhage door de Arr. Rechtbank aldaar een persoon in staat van faillissement verklaard wegens wanbetaling van gemeentebelasting. In het daartoe strekkend rekest was uiteengezet, dat „niettegenstaande beslag, de aangeslagene onwillig of niet bij machte is genoemde som te voldoen; dat zij eveneens onwillig of niet bij machte is haar grondlasten en personeele belasting ten bate van den Staat deiNederlanden te voldoen; dat zij ook andere schulden heeft; dat zij derhalve verkeert in den toestand, dat zij heeft opgehouden te betalen en requestrant gerechtigd is om faillietverklaring te verzoeken".

4. De failhetverklaring wordt uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten of omstandigheden, welke aantoonen, dat de schuldenaar in den toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, en, zoo een schuldeischer het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van dezen. Art. 6, tweede lid.

Art. 2, enz.

Art. 14. Het vonnis van faillietverklaring houdt in de benoeming van een der leden van de rechtbank tot rechter-commissaris (1) in het faillissement, en de aanstelling van een of meer curators (2).

Van de failHetverklaring wordt door den griffier onverwijld kennis gegeven aan de administratie der posterijen en der telegrafie (3).

Een uittreksel uit het vonnis van faillietverklaring, houdende vermelding van den naam, de woonplaats of het kantoor en het beroep van den gefailleerde, van den naam van den rechter-commissaris, van den naam en de woonplaats of het kantoor des curators, van den dag der uitspraak, alsmede van den naam, het beroep en de woonplaats of het kantoor van ieder lid der voorloopige commissie uit de schuldeischers, zoo er eene benoemd is (4), wordt door den curator onverwijld geplaatst in de Nederlandsche Staatscourant en in een of meer door den rechter-commissaris aan te wijzen nieuwsbladen.

1. Zie art. 64.

2. Zie art. 68.

3. De curator opent de brieven en telegrammen aan den gefailleerde gericht. Die, welke niet op den boedel betrekking hebben, stelt hij terstond aan den gefailleerde ter hand. De administratie der posterijen en der telegrafie is, na van den griffier ontvangen kennisgeving, verplicht den curator de brieven en telegrammen, voor den gefailleerde bestemd, af te geven, totdat de curator of de rechter-commissaris haar van die verplichting ontslaat of zij de kennisgeving ontvangt, bedoeld in art. 15. Art. 99, eerste lid.

4. Zie art. 74.

Invordering.

25

Sluiten