Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

402

Bijlage E (Faillissementswet). — Artt. 186-193.

Daar art. 186 alleen gelegenheid geeft tot verificatie van niet geverifieerde vorderingen, moet het verzoek om verificatie eener vordering, die vroeger reeds is ingediend en ter verificatievergadering is behandeld, ongegrond worden verklaard. Vonnis van de Arr. Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 19 April 1912, W. v. h. R. no. 9579, Weekblad no. 2179. (o) Verg. aant. 1 op het Opschrift der Vijfde Afdeeling.

3. Art. 186 verbiedt niet dat hij, die op de verificatievergadering reeds als crediteur is toegelaten, die derhalve „geverifieerde schuldeischer" is, door middel van verzet tegen de uitdeelingslijst nog voor een andere vordering, dan waarvoor hij geverifieerd is geworden, verificatie kan verzoeken. Arrest van den Hoogen Raad van 12 Nov. 1909, W. v. h. R. no. 8926.

Verg. Weekblad no. 1874.

4. Indien de Ontvanger gebruik maakt van de bepaling van art. 186 (verg. aant. 49 op art. 7 der Wet op de Invordering) komen de kosten van dit verzet dus voor rekening van het Rijk, tenzij er tevens verzet door anderen is gedaan.

Doet meer dan één nalatig schuldeischer verzet, zoo dragen zij de kosten daarvan gezamenlijk, allen voor gelijke deelen. Mr. J. D. Veegens, De wet op het faillissement en de surséance van betaling, 2e druk, blz. 163.

Verg. aant. 6 op art. 184.

Art. 18T. Door vèrloop van den termijn van art. 183, of, zoo er verzet is gedaan, door het op het verzet gewezen vonnis, wordt de mtdeelingshjst verbindend.

Tegen het vonnis, op het verzet gewezen, staat geen beroep in cassatie open. Art. 188, enz.

Art. 189. De uitdeeling, uitgetrokken voor een voorwaardelijk toegelaten schuldeischer, wordt niet uitgekeerd, zoolang niet omtrent zijne vordering beslist zal zijn. Blijkt het ten slotte dat hij niets of minder te vorderen heeft, dan komen de voor hem bestemde gelden geheel of ten deele ten bate van de andere schuldeischers.

Uitdeelingen bestemd voor vorderingen, welker voorrang betwist wordt, worden, voor zooverre zij meer bedragen dan de percenten over de concurrente vorderingen uit te keeren, gereserveerd tot na de uitspraak over den voorrang.

Art. 190, enz.

Art. 19%. Na afloop van den termijn van inzage, bedoeld bij art. 183, of na uitspraak van het vonnis op het verzet, is de curator verplicht de vastgestelde uitkeering onverwijld te doen. De uitkeeringen, waarover niet binnen ééne maand daarna is beschikt of welke ingevolge art. 189 gereserveerd zijn, worden door hem in de kas der gerechtelijke consignatiën gestort (1).

1. Verg. aant. 50 op art. 7 der Wet op de Invordering. Zie mede aant. 46, noot b, aldaar.

Art. 193. Zoodra aan de geverifieerde schuldeischers het volle bedrag

Sluiten