Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VLEESCH.

97

mager spek, 20 G. tarwemeel, 1 dL. witten wijn, 1U L. bouillon, wat peper en zout, thijm, peterselie, laurierblad, 1 ui met 2 ingestoken kruidnagelen, 250 G. wortelen, 12 kleine uitjes, 2 eetlepels tomatenpurée.

Bereiding. Dompel de lever een oogenblik in kokend water en neem er daarna het buitenste vel af ; lardeer het vleeesch, hetzij enkel aan den buitenkant of door en door.

Laat in een ijzeren potje het magere spek — in dobbelsteentjes gesneden — Hchtbruin bakken, neem er de kaantjes uit en braad dan de lever in het achtergebleven vet rondom Hchtbruin.

Neem het vleesch en een gedeelte van het vet uit den pot; laat in het overbhjvende vet het meel Hchtbruin worden, voeg er roerende den wijn bij en den bouillon en laat de saus , steeds roerende, even doorkoken tot ze wat gebonden is ; voeg er peper en zout bij, doe ook de lever en de stukjes spek weer in den pot, tegehjk met de ui, waarin de kruidnagelen zijn gestoken en de in een lapje neteldoek gebonden kruiden ; laat ahes zachtjes in den gesloten pot met elkaar stoven, af en toe het vleesch keerende en het dikwijls bedruipende met de saus.

Neem na 1 uur de lever er uit en giet de saus door een zeef; doe het vleesch weer met de gezeefde saus in den pot terug, voeg er de wortelen bij, de uitjes (die van te vorén met wat boter even in een koekenpan rondom Hchtbruin zijn gebakken) en de tomatenpurée, laat dan ahes samen nog weer »/i uur zachtjes stoven. Doe het vleesch op een verwarmden schotel, leg er de wortelen en de uitjes omheen, desverkiezende ook wat ohjven en champignons, die een oogenblik in de saus mee verwarmd zijn; bind de saus als het noodig is nog met wat aangemengde maïzena, giet ze

7

Sluiten