Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

274

WERELDRECEPTEN VOOR DE HOLLANDSCHE KEUKEN.

„Klenater" (Zweedseh). 6 eierdooiers, 2 heele eieren, 125 G. witte suiker,

2 eetlepels room, 25 G. gesmolten boter, 500 G. tarwebloem.

Voor het bakkken : 500 G. Buk, V, d.L. brandewijn.

Bereiding. Meng alle ingrediënten — behalve een klein gedeelte van de bloem, die bij het uitrollen dienst moet doen — door elkaar tot een samenhangend, soepel deeg; laat het deeg op een koele plaats minstens 2 uur rusten.

Rol het daarna op een met meel bestoven plank of tafel Vt c.M. dik uit en snijd er met een taartradje ruitvormige koekjes van, 7 c.M. lang en 4 c.M. breed, met een doorgeraderd streepje van 2 c.M. in het midden van elk koekje.

Buig de scherpe punten der ruiten naar 't midden om en bevestig ze in het geraderde gleufje.

Laat het vet smelten en heet worden in een diep ijzeren potje; voeg er, voor men met 't bakken der koekjes begint, den brandewijn bij ; laat er de koekjes in vallen en bak ze gaar en hchtbruin.

Bestrooi de koekjes met poedersuiker en presenteer er ingemaakte bessen bij (boschbessen, preiszelbeeren of aalbessen).

Opmerking. Dit gebak wordt met Kerstmis algemeen in Zweden als nagerecht gebruikt.

Cherimsel of Gremselich (Joodsch Paaschgerecht). Voor het deeg : 3 geweekte matzes, 1 a 2 gestampte matzes,

3 eieren, 65 G. suiker, een paar bittere amandelen, geraspte schil van 1 citroen.

Voor het vulsel: 100 G. appelen, 100 G. groote rozijnen, 50 G. amandelen of noten, 50 G. suiker, 1 theelepeltje

Sluiten