Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VOORGESCHIEDEOTÏrVMr DEN OORLOG 13

onzijdig te blijven — als onderpand voor die neutraliteit te eischen, dat de vestingen Toul en Verdun tot na afloop van den oorlog met Rusland, aan Duitschland ter bezetting zouden worden afgestaan. Antwoord op deze vraag moest „zaterdag n.m. vóór 4 uur" te Berlijn ontvangen zijn.

Poincaré concludeert daaruit: „Voila la récompense qu'on nous aurait offerte, dans le cas oü nous aurions répudié notre alliance !"

Het spreekt dan ook van zelf dat Frankrijk, indien het oprecht den wensch gekoesterd had zich buiten den oorlog te houden, toch nimmer dezen ongelooflijk arroganten, ja brutalen eisch van Duitschland had kunnen of mogen aanvaarden. Het stellen daarvan hield feitelijk tegenover het Frankrijk, dat zich neutraal zou willen houden, de uittarting tot den oorlog, ja de implicite oorlogsverklaring in. Al ligt daarin niet het bewijs, dat Duitschland alleen de schuld aan den oorlog moet dragen, toch was het wel een zeer kras staaltje van aanmatiging tegenover Frankrijk, zelfs voor het geval dat dit land niet had willen meedoen aan den komenden volkerenstrijd. Met andere woorden: toen het tusschen Rusland en Duitschland met Oostenrijk-Hongarije eenmaal zóóver gekomen was, dat de oorlog niet meer te vermijden was, heeft Duitschland blijkbaar beoogd, dat tegelijkertijd de vredesbreuk met Frankrijk zou ontstaan. Een verklaring daarvoor kan te vinden zijn in het feit,1 de oorlog op twee fronten door Duitschland volgens een vastgesteld plan — op welks succes het vast vertrouwde — volkomen geregeld was, dat men daarbij rekende op Frankrijks onmiddellijk samengaan met Rusland en meende onmogelijk te kunnen aanvangen met den strijd in het Oosten, met de ongetwijfeld groote kans en het gevaar, dat Frankrijk zichrater bij Rusland zou aansluiten, en

Sluiten