Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET DUITSCHE OPERATIEPLAN

51

Ook Schlieffen heeft na Waldersee tijdelijk dit plan willen volgen. En dat hij daarna een heftig, onvoorwaardelijk aanhanger werd van het denkbeeld om den aanval tegen Frankrijk over het Belgische grondgebied te leiden, is — naar beweerd wordt — toe te schrijven aan de meem'ng, dat Frankrijk anders door België tegen Duitschland zou oprukken. Die opvatting stond ook op den voorgrond toen de denkbeelden van Schlieffen tot uitvoering kwamen. Dit verklaart althans generaal Erich Ludendorff, waar hij schrijft dat: „an dem Verhalten Belgiens und Frankreichs Zweifel nicht mehr bestand". En in het Duitsche ultimatum aan België, dat op 3 Augustus 1914, ten 7 uur non. werd uitgereikt, gaat de Duitsche regeering, bij het stellen van den eisch om vrijen doortocht over het Belgische territoir, eveneens uit van de onjuiste reden — dus eigenlijk van het voorwendsel — dat Frankrijk aanstalten maakte om door België tegen Duitschland op te rukken. Het mondelinge onderhoud tusschen den Duitschen gezant te Brussel in den nacht van 2 op 3 Augustus, gehouden met den secretaris-generaal van Buitenlandsche Zaken van der Eist, geeft eveneens iets dergelijks op als grond voor den Duitschen eisch.

Die Duitsche beweringen zijn echter door niets bevestigd. Wft hebben er hoegenaamd geen bewijs voor gevonden. Welke geheime neigingen of zelfs voornemens er bij Frankrijk en België hebben bestaan, kan in het midden blijven; maar dat er van die zijde eenige feitelijke, openlijke aanleiding gegeven zou zijn voor de handeling van Duitschland, om de neutraliteit van België niet te eerbiedigen, moet stellig worden ontkend. De opzet van .het Fransche operatieplan was, zooals nader zal blijken, in geenen deele ontworpen op den grondslag, van een opmarsch door België; de troepencon-

Sluiten