Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET DUITSCHE OPERATIEPLAN

55

cier, generaal Baumgarten-Crusius gepubliceerd, dat Schlieffen nog een tweede operatieplan ontworpen had en wel voor het geval dat Frankrijk voorloopig niet zou meedoen in een oorlog van de Centrale machten tegen Rusland. Alsdan zou de helft van het Duitsche veldleger met de Oostenrijksch-Hongaarsche krijgsmacht in het Oosten aanvallend optreden; terwijl de andere helft van het Duitsche veldleger, gereed om op te rukken, in het eigen land zou achterblijven. Indien de Franschen dan later toch in den oorlog ingrepen, moest dit halve leger verrassend tegen hun linker flank ageeren.

De schrijver merkt terecht op, dat over dit tweede plan van Schlieffen niet gesproken wordt door de personen, die in 1914 de leiding der zaken in handen hadden. En hij laat er op volgen: „Und doch kam er am 31 Juli 1914 im Frage. Jedenfalls hatte er uns den Vorwurf des Friedensbruchs und der Neutralitatsverletzung erspart".

Het is zeker diep te betreuren voor Duitschland en voor de geheele wereld, dat aan dit tweede plan van Schlieffen in 1914 geen aandacht geschonken is. Blijkbaar heeft de Duitsche regeering, gesteund door den generalen staf, de uitvoering er van niet gewild.

Overigens komt het ons vóór, dat dit plan een uiting is van een hinken op twee gedachten, en vflÉ^-blijven daarom van oordeel, dat de voorkeur moest worden gegeven aan het oorspronkelijke plan van den grooten veldheer» en strateeg Helmuth von Moltke, zooals dat hiervoren ontwikkeld is.

Dat dit laatstbedoelde plan — zooals beweerd wordt — in 1914 moest afstuiten op de groote sterkte der moderne legers op den omvang hunner eischen aan munitie, verplegingsbehoeften, enz., erken-

De Wereldoorlog

6

Sluiten