Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

106 strijdkrachten en operatieplannen

ten paleize ontboden. Aldaar vereenigden zich op 's Konings last met spoed in een conferentie: alle ministers van staat, de leden der regeering, de chef en de sous-chef van de generalen staf en de generaal Hanoteau, inspecteur-generaal der artillerie. Als secretaris fungeerde Baron van der Eist, secretarisgeneraal van Buitenlandsche Zaken.

De vergadering ving aan te 9 uur 30 n.m.; de Koning presideerde. .

De minister van Buitenlandsche Zaken Davignon las de Duitsche nota voor, inhoudende het ultimatum, door den Duitschen gezant, wé BelowSalecke, dienzelfden avond te 7 uur overhandigd; (Zie Bijlage La).

Op de voorlezing volgde een diepe stilte, fcr werd nogmaals voorlezing verzocht.

Daarna verklaarden alle ministers van Staat eenstemmig, dat men een dergelijke zaak niet kon aanvaarden. , De chef der Regeering wendde zich toen tot de generaals, zeggende: „C'est aux militair es a nous dire ce qu'ils peuvent faire."

De Koning gaf daarop het woord aan den chef van den generalen staf de Selliers de Moranville.

Deze verklaarde, dat de nieuwe militaire wet haar volle werking niet kon doen gevoelen; daardoor zouden de effectieve sterkten dus zwak zijn, maar dit zou gedeeltelijk gecompenseerd worden door de onmiddellijke inhjving van het contingent van 1914 en de aanneming van talrijke toestroomende vrijwilligers, (men sprak op dat oogenblik van wel 40.000 verbintenissen). Daarna stelde de Selliers voor, stelling te nemen aan de Velpe1), welke positie sedert lang verkend en be-

*) De Velpe, de groote en de kleine Gette (Geete) zijn zijriviertjes van de Demer. Deze is op haar beurt een tak van de Dyle, die eerst na zich met de Demer te

Sluiten