Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RECAPITULATIE DER STRIJDKRACHTEN

139

wereldoorlog — door ons besproken aan het slot van het Ie Hoofdstuk hiervoren — vermeldt, als „Feststellungen" van de ie sub-commissie, het navolgende omtrent de sterkten der legers van de vier in den oorlog betrokken groote mogendheden.

1. De Commissie gaat uit van de meening, dat de politieke handelingen, die geschikt waren om den wereldoorlog te doen uitbreken dan wel te verhinderen, onder den invloed stonden van het oordeel der personen, die deze handelingen bewerkten, aangaande de militaire krachten der onderscheidene staten.

Veelal werd de opvatting gehuldigd, dat de Centrale mogendheden bij het uitbreken van den oorlog een overstelpende militaire meerderheid bezaten. De Commissie beschouwt het daarom als een taak van voorbereiding voor haar politieke uiteenzettingen, om licht te verspreiden nopens de militaire sterkteverhoudingen van de Europeesche staten, tusschen welke de oorlog uitbrak.

2. Een grondig onderzoek omtrent de militaire sterkteverhoudingen in Europa in het jaar 1914, waarbij ook de operatieve mogelijkheden in aanmerking genomen werden, heeft de Commissie geleid tot het besluit, dat de verbonden mogendheden Rusland en Frankrijk tegenover de Centrale staten optraden met militaire overmacht. De verhouding van de getalsterkte der militaire krachten van beide groepen, gegrond op de berekeningen van de deskundigen der Commissie en van de deskundigen en de ambtelijke opgaven der Entente, wordt in een bijgevoegde opgaaf medegedeeld.

3. De Commissie meent dat de vragen:

hoe de Duitsche generale staf den algemeenen militairen toestand in het jaar 1914 beoordeelde en

Sluiten