Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DUITSCHE INVAL IN BELGIË

lÖgyde kleijiÉ forten elk £ compagnie. Alle forten isitfivoótëaen van pantserkoepels; de groote voor houwitsers van 31 c.M., kanonnen van 15 en van ia c.M., benevens hefkoepels voor een snelvuurkanon van 5,7^W.; de kleine voor 1 houwitser van 31 c.M. en 3 kanonnen van 13 c.M. Alle forten hebben ook een zoeklichtkoepel.

In het vak tusschen Maas en Vésdre liggófiêt groote forten Barchon en Flér^S} alsmede de kleine forten Evegnée en Chaudfontaine. Tusschen Vesdre en Ourthe: het kleine fort Embourg; tusschen Ourthe en Maas het groote fort Boncelles. Op den linker Maasoever: de groote forten Flémalle, Loncin en pèntisse, benevens de kleine forten Hollogne, Lantin en Liers. De bewapejlmg telde ftt^Het geheel 400 vuurmonden; de artilieaefeeïetïtingen waren resp. 560 en 360 man sterk.

De forten op den Oostelijken Maasoever waren meerendeels op korten afstand omgeven door bosschen met zwaar hout, of door sterk geaccidenteerd terrein, waarin hoogten en ravijnen^ elkaar afwisselden. Een aanvaller vond dus veel dekking tegen het vuur uit de forten. De waarneming uit de forten voor de regeling van het artillerievuur, kon over het algemeen slechts gebrek^ geschieden. Sr^ïfiioesten op groote schaal opruimingen worden Verricht, om het schootsveld vrij te maken en het flankement der forten te verzekeren. Bovendien moesten infanterieschansen, tussChenbatterije^^fr pots, telegraaf- en telefoonverbindingen worden aangelegd, en tal van andere werkzaarnMden worden uitgevoerd om de vesting in behoorlijken staat van tegenweer te brengen, zoodanig dat ze een beleg zou kunnen doorstaan. Deze werkzaamheden moesten meerendeels in vredestijd zijn vóorbetfèiefc maar dat was verzuimd. : De Fransche generaal Herment schreef in 1913

Het Eerste Oorlogsjaar I3

Sluiten