Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DUITSCHE INVAL IN BELGIË

poging slaagde echter niet; er ontstond een gevecht met den troep die het hoofdkwartier bewaakte, waarin alle officieren, Duitschers en Belgen, sneuvelden. Maar in moreel opzicht had deze aanval toch een hoogst belangrijk gevolg. De Belgische stellingcommandant werd door kolonel Stassin, chef van den staf, er toe gebracht in de kanongieterij te vluchten. Geholpen door twee officieren klommen zij daar over een schutting; zij bereikten verder een station, van waar ze per lorrie naar het fort Loncin werden gebracht. Aldus schrijft Kapitein Bn. v. Voorst tot Voorst, in den Militairen Spectator van 1917.

De generaal bleef daar verder het bevel voeren. Hij bepaalde dat de forten zich nu zouden gedragen als sper-werken, en mede als gevolg van den Duitschen aanval op het Oostelijke stellingfront, gelastte hij aan de 3e Divisie en de 15e gemengde Brigade de stelling te verlaten, en zich over Hannut bij het Veldleger aan te «duiten.

In denzelfden nacht van 5 op 6 Augustus was de stelling over een uitgestrektheid van ± 35 K.M., stoutmoedig en doortastend aangevallen* door zes verschillende groepen op den rechter Maasoever. De Belgen verdedigden zich met groote dapperheid.

Wij kunnen die aanvallen hier niet uitvoerig in hun verloop schetsen, omdat het bestek van dit werk het niet toelaat. De belangstellende lezer vindt echter de beschrijving er van, in het vorenvermelde zeer lezenswaardige opstel van kapitein Baron van Voorst tot Voorst, dat daarvan een levendig en duidelijk verhaal geeft, met vele treffende bijzonderheden.. Ook de bladzijden, die generaal Erich Ludendorff, in zijn werk: „Meine Kriegserrirmerungen 1914—1918", aan de onderneming tegen Luik heeft gewijd, geven daarvan een belangwekkend en aangrijpend overzicht. Vooral

Sluiten