Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i6o

DE KRIJGSVERRICHTINGEN

laten. Het liet de mobiele troepen, die de stelling van Luik moesten helpen verdedigen, reeds op 6 Augustus daaruit terugkeeren, en het ondernam geen enkele poging om die stad in bezit te houden, toen gedurende enkele dagen daarna generaal von Emmich met een klein troepje Duitschers in benarde omstandigheden daarin afwachtte wat er gebeuren zou en wat hun lot zou worden. Een man als Ludendorff was daarover zeer bezorgd. Maar, „diese Spannung löste sich, der Feind tat nichts," schrijft hij in zijn „Kriegserrinnerungen."

Bij tijdige opstelling van de hoofdmacht van het Veldleger achter de Maas, van de Nederlandsche grens tot Namen, en krachtige inrichting der verdediging van Luik, Hoeij en Namen, had ongetwijfeld een gansch ander en veel gunstiger resultaat kunnen worden bereikt. Deze conclusie zal iéder werkelijk deskundige als juist erkennen. En in elk geval had, van 3 Augustus af, aan Frankrijk onverwijld en met aandrang hulp kunnen worden gevraagd, tot ^Vermeerdering der waarborgen voor het behoud der Maaslinie en het beletten, althans het vertragen van den opmarsch der Duitsche legers.

Het Belgische opperbevel was blijkbaar mét op de hoogte van hetgeen er voorviel, althans zijn officieele „Verslag" bevat dienaangaande grove onjuistheden. Het zegt omtrent 4 Augustus: „dus vereenigden zeven legerkorpsen, ongeveer 300.000 man zich op de invalsbanen die de versterking Luik versperden." Ook elders spreekt het van groote overmacht van „een vijand, veel sterker in getal," enz. De waarheid is, dat het Duitsche Maasleger, zooals wij vermeld hebben, ongeveer 40.000 man telde. Het Belgische veldleger, dat den steun kon hebben gehad van de forten met hun bezettingen, was mitsdien belangrijk- veel sterker., En waar

Sluiten