Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEVECHT AAN DE GÊTTE

van het Belgische veldleger tot dusver niets van belang verricÏBt. De DulfiSchers waren wel is waar niet geslaagd in hun streven, om dat leger van Antwerpen af te dringen, maar de oorzaak van deze raWukkitig lag in hoofdzaak in de reeds<tfesproken fouten van hun eigen concentratie-regeling, waardoor een meer snelle ontwikkeling der ie en 2e Le gers op den Westelijken Maasoever was belemmerd en vertraagd. Het tijdverlies, daardoor ondervonden voor het afzenden van sterke voorgeschoven afdeêhngen, kan op 2 a 3 dagen worden gesteld* De mogelijkheid bestaat, dat het ontkomen van het Belgische veldleger naar Antwerpen, zonder dat tijdverlies, op meer ernstige bezwaren gestuit Zou zijn.

Het Verslag rekent uit, dat het Belgische Veldleger, ongeveer twee legerkorpsen sterk, niet minder dan elf vijandelijke legerkorpsen van het ie en het 2e Duitsche Leger, aan de Gette tegenover zich had staan; te zamen ongeveer 500.000 man, op den linker oever der Maas. Hierbij moet evenwel in aanmerking genomen worden, dat deze legers nog volstrekt niet in hun volle sterkte tegen de Gette waren opgemarcheerd en ontwikkeld. Het 2e Leger was met een belangrijk deel zijner troepen nog ten achter; het moest „dekken" tegen Namen, en aan het veroveren van die verschanste legerplaats, alwaar zich nog een Belgische divisie bevond, werkdadig detóemen. De linker vleugel van dit Leger, waarop zich het garde-korps en het reserve-gardekorps betoonden, alsmede de artillerie, moest daarvoor links om Namen heenzwenken.

Het ie Leger bereikte op 19 Augustus Leuven; op 20 Augustus de lijn Brussel-Waterloo. Twee reserve-korpsen van dit leger moesten, volgens de bevelen van den kolonel-generaal von Bülow, gereed gehouden worden óm tegen de stelling van

Sluiten