Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEERTIENDE HOOFDSTUK

DE SLAGEN AAN DE OURCQ EN DE MARNE

i. DE AAN DEN STRIJD DEELNEMENDE

LEGERS

LVORENS er toe te kunnen overgaan de ontwikkeling en het verloop dezer slagen te omschrijven, dienen wij nog in 't kort aan te geven waar de troepen der legers, welke er aan deelnamen,

Zich op 6 September bevonden, en in welke omstandigheden zij verkeerden.

Duitschers.

ie Leger. Het '9e legerkorps, dat op 3 September bij Chateau-Thierry de Marne was overgegaan, wierp den 4en September onder hevigen strijd, den vijand verder terug naar Montmiraii; het 3e en het 4e legerkorps bereikten de streek van St. Barthélemy en Rebais; het ae korps Meaux. Het 4e reserve-korps, dat op de rechter flank optrad kwam te Nanteuü-le-Hadouin, het 2e Cavaleriekorps te La Ferté-sous-Jouarre. De vijand trok verder terug naar het Zuiden. Dammartin was door hem bezet. De bruggen bij Meaux en La Ferté-sous-Jouarre waren vernield.

Generaal von Kluck begon nu toch te begrijpen dat zijn leger zich te veel vooruit waagde. De rechter vleugel was te zwak, er volgden geen andere troepen meer achter.

Niettemin besloot hij den marsen op 5 September nog voort te zetten naar de lijn EsternayCoulommiers-Meaux. Het 2e en het 4e reserve-

Sluiten