Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

1

aan het oogmerk van den stichter, met dien verstande evenwel, dat de regeling van het gebruik van de bezittingen en inkomsten in alle gevallen niet plaats heeft zonder Onze vooraf verkregen toestemming. De Raad van State wordt door Ons gehoord.

Artikel 9.

Blijft de regeling van het gebruik van de bezittingen en inkomsten van eene instelling van weldadigheid, welker doel is vervallen of bij welke de werking van de bepalingen van den stichtingsbrief aangaande het doel van de stichting moet worden geacht niet meer te beantwoorden aan het oogmerk van den stichter, binnen een, voor elk geval zoo noodig door Ons vast te stellen, termijn achterwege, dan wordt zij, den armenraad gehoord, door Gedeputeerde Staten onder Onze goedkeuring getroffen bij een met redenen omkleed besluit, dat in de Nederlandsche Staatscourant wordt geplaatst. Deze bepaling geldt voor de bijzondere instellingen slechts voor het geval van ontstentenis of onbekendheid van de oprichters.

Artikel 10.

1. Indien goederen van eene instelling van weldadigheid onbeheerd zijn en tot het beheer daarvan krachtens de statuten of den stichtingsbrief niemand gerechtigd is, of zij, die daartoe gerechtigd zijn, daarin niet binnen een, door Ons voor eik geval vast te stellen, termijn voorzien, wordt daarin, den armenraad gehoord, door Gedeputeerde Staten onder Onze goedkeuring voorzien bij een met redenen omkleed besluit, dat in de Nederlandsche Staatscourant wordt geplaatst.

2. Aan de goederen wordt, des noodig, onder Onze goedkeuring eene aan de laatst beoogde zoo nabij mogelijk komende bestemming gegeven.

Artikel 11.

Indien in het beheer van eene instelling van weldadigheid niet is voorzien en daarin niet binnen een, door Ons voor elk geval vast te stellen, termijn wordt voorzien door hen, die daartoe gerechtigd zijn krachtens de statuten of den stichtingsbrief, of indien dezulken niet bestaan, wordt daarin door Gedeputeerde Staten onder Onze goedkeuring voorzien bij een met redenen omkleed besluit, dat in de Nederlandsche Staatscourant wordt geplaatst.

Artikel 12.

1. De armenraad of de beheerder van het register van inlichtingen en, bij gebreke daarvan, Burgemeester en Wethouders wenden zich op verzoek van het bestuur van eene instelling van weldadigheid, bij welke door een arme ondersteuning is gevraagd, tot de besturen van de instellingen van weldadigheid, van welke redelijkerwijze vermoed kan worden, dat de arme aan haar steun heeft kunnen verzoeken, met de vraag, of aan dien arme door die besturen ondersteuning wordt gegeven en, zoo ja, in welken vorm en tot welk bedrag. Bij gebreke van een armenraad, van een register van inlichtingen en van eene burgerlijke instelling, kunnen Burgemeester en Wethouders die vraag stellen met betrekking tot een arme, die aan hen ondersteuning heeft gevraagd. Op de vraag, bedoeld in de beide voorgaande zinsneden, wordt binnen eene week schriftelijk geantwoord. Indien het antwoord ontkennend luidt en na de inzending daarvan alsnog tot ondersteuning wordt besloten, wordt hiervan onder mededeeling van vorm en bedrag van de ondersteuning alsnog binnen eene week bericht gezonden aan den armenraad, aan den beheerder van het register van inlichtingen of aan Burgemeester en Wethouders.

2. Het antwoord en het bericht worden door den armenraad, den beheerder of Burgemeester en Wethouders gebracht ter kennis van het bestuur, dat het verzoek heeft gedaan.

3. In eene gemeente, waar geen armenraad en geen register van inlichtingen bestaat, worden door eene burgerlijke instelling van weldadigheid en, bij gebreke daarvan, door Burgemeester en Wethouders, desgevraagd, aan het bestuur van eene andere instelling van weldadigheid de in het eerste lid bedoelde inlichtingen verstrekt betreffende door die burgerlijke instelling of door Burgemeester en Wethouders ondersteunde armen.

Artikel 13.

1. De besturen van de instellingen van weldadigheid zenden jaarlijks aan den armenraad en, bij gebreke daarvan, aan Burgemeester en Wethouders, binnen een door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken vast te stellen termijn, opgaven van het aantal bedeelden of verpleegden, van

Sluiten