Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORWOORD

De „beweging" naar een vernieuwing van de bouw- en kleinkunsten, in Holland als in andere Europeesche landen sedert 25 jaar opgekomen en gegroeid, is, óók hier te lande, niet zonder invloed gebleven op de industrie, — en dit geldt in het bijzonder de industrie van gebruiks- en siervoorwerpen, in de eerste plaats de meubelindustrie, — al is er dan ook grond tot de klacht, dat kunst en industrie nog niet zoo innig verbonden zijn als wel gewenscht is.

Inderdaad is het verband tusschen kunst en industrie, juist in onzen tijd, — en wel in het bijzonder dus waar het de meubelindustrie betreft, — van groote beteekenis.

Daargelaten nog de esthetische overweging, dat men gelukkiger is in eene schoone omgeving, dan in eene welke alle schoonheid mist, daargelaten ook de moreele overweging, zoo juist uitgedrukt in Morris' woord: „What is worth to be done, is worth to be done well" — heeft het samengaan van industrieel en kunstenaar nog bovendien dit groote economische belang, dat door die samenwerking het product, — in dit geval het meubel, — sterker wordt in den concurrentiestrijd met de buitenlandsche voortbrengselen.

De opkomende industrie in het algemeen, en zoo ook de meubel-industrie, heeft een

periode gehad, dat zij, althans plaatselijk (vooral in Duitschland), het krachtigste concurrentie-middel zocht in een tot het kleinst denkbare minimum gereduceerde goedkoopte. De gevolgen daarvan bleken noodlottig. Die geforceerde goedkoopte leidde tot een zóódanige minderwaardigheid van het product, dat het de concurrentie, die niet dat middel toepaste, op den duur gemakkelijk viel, de goedkoppe waren van de markt te verdringen. En men kwam tot het inzicht, dat men den industrieproducten een andere, meer positieve aantrekkelijkheid ter markt moest medegeven, dat de negatieve, — immers de qualiteit verminderende, — van de goedkoopte.

Hier nu ligt de groote waarde van den kunstenaar voor de nijverheid. Hij verschaft aan het product, behalve een technische, ook een esthetische „qualiteit", hij verleent den producten een bijzondere aantrekkelijkheid, verhoogt dus hun waarde.

Het zou dan ook voor de hand moeten liggen, dat de Nederlandsche meubel-industrie al het mogelijke deed om zich van de medewerking van den — natuurlijk Hollandschen — kunstenaar te verzekeren.

Dit nu doet zij, en zeer zeker in Holland, niet, althans lang niet in voldoende mate. De moderne nijverheidskunst bevat tal van

Sluiten