Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggelijk dikwijls leiden, te zien, te erkennen en te apprecieeren, en zoo is langzamerhand overleg tusschen den kunstenaar en den opdrachtgever wel degelijk mogelijk geworden. En de heer Reens nu, daarvan overtuigd, zoekt juist zooveel mogelijk contact met zijn opdrachtgevers. Hij gaat uit van de overtuiging, dat een interieur nooit mag zijn een dood ding, een samenstel van meer of minder mooie meubelen, maar dat het moet geven een beeld van het karakter en de meest sprekende eigenschappen van den bewoner, — dat het moet zijn een levend organisme, dat in en door een harmonisch schoonen vorm tot den bewoner spreekt, en waarmede hij zich innig verwant voelt. Hij zoekt overleg, contact, samenwerking met hen, die zich een interieur laten maken, en tracht daardoor een duidelijk beeld te krijgen van de persoonlijke wenschen en meeningen van den opdrachtgever, dezen zeiven vaak nauwelijks bewust.

Maar dat is toch ook immers juist de moeilijke taak van de „vormgevers", de architecten en meubelmakers van dezen tijd, dat zij de goede, de zuivere, de schoone oplossing vinden voor de eischen die onze periode van verfijning, van comfort, van hyper-beschaving, stelt, — onze periode, die toch ook nog altijd de periode is van een — zij het dan misschien uitbloeiend of mogelijk ook wel zich steeds meer verfijnend — individualisme, — waarin dus de waarde van een persoonlijke meening en opvatting zich zal hebben te stellen onder de leiding van meeningen en opvattingen welke zijn gegroeid en ontstaan uit technische bekwaamheid en ontwikkeling en esthetische ervaring en begrip.

Deze werkwijze sluit vanzelfsprekend uit het hebben van een magazijn met een overvloed van modellen waarin ieder zijn keus kan doen. De heer Reens ontvangt hen die zich van zijn talenten en bekwaamheden

willen bedienen, in zijn eigen woning, Honthorststraat i; daar krijgt men een indruk van het bewoonde huis, zooals hij het zich denkt en maakt.

Deze wijze van werken leidt er toe, de afbeeldingen in dit boek doen het reeds duidelijk zien, hoewel daarop uit den aard der zaak het belangrijke element van de kleurenwerking ontbreekt, — dat elk interieur een eigen karakter, en dus een eigen „stemming" heeft. En wij konden constateeren, dat die stemming altijd er een is van huiselijkheid, van gezelligheid. Om dat te bereiken, weet de heer Reens bijna altijd de juiste en meest geëigende middelen te vinden, en niet in de laatste plaats zoekt hij die middelen in de werking der kleuren, welke hij met veel smaak weet uit te zoeken en te combineeren.

Aan de hand van de hier beschikbare afbeeldingen zouden wij van die „stemmingen" in 't bijzonder willen noemen een drietal typen. Wij zouden de stemming, uitgedrukt in de interieurs van afbeeldingen 30 en 31, kunnen noemen een stemming van deftigheid, van waardigheid, van kracht en bloei. In de afbeeldingen 17, 22 en 23 (serre en morgenkamer) vinden wij vroolijkheid, bloemen, — inderdaad een morgenstemming. In de afbeeldingen 10, 14, 15, 25 enz. van woonkamers ten slotte, zien wij rust, intimiteit, gezelligheid.

De heer Reens heeft de Rijksschool voor Kunstnijverheid bezocht, heeft veel gereisd en op zijn reizen veel gezien en bestudeerd; hij kent bovendien zelf terdege het zoo uiterst moeilijke meubelmakersvak.

In samenwerking met den bekwamen ontwerper D. van Dorp heeft hij zijn zaak weten op te werken tot een inrichting, welke wel waarlijk een gelukkig verschijnsel is in de evolutie der nijverheidskunst.

T. Landré.

Sluiten