Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

kantore van het hoofd van gewestelijk bestuur of van den in de vorige alinea bedoelden ambtenaar aangehouden register, waarin teyens f|e hoeveelheid opium is vermeld, welke die personen per maand plegen te verbruiken.

(3) Aan niemand wordt vergund voor eigen gebruik per maand meer opium te koopen dan de in de vorige alinea bedoelde hoeveelheid.

(4) De bovenbedoelde vergunning kan ten allen tijde door het hoofd van gewestelijk bestuur pf den in alinea 1 sub 6 van dit artikel bedoelden ambtenaar worden ingetrokken en geldt in ieder geval telkens niet langer dan voor één jaar.

(5) De verder voor de uitvoering der in dit artikel opgenomen bepalingen noodige voorschriften worden vastgesteld door het hoofd van gewestelijk bestuur in overleg met den Hoofdinspecteur der Opiumregie.

(6) De verbodsbepalingen, bedoeld in de eerste alinea van dit artikel, gelden niet ten aanzien van den invoer, het bezit en het vervoer van opium door, ten behoeve van of van wege het Gouvernement en zijn mede niet van toepassing op dienaren van het Gouvernement in hunne ambtelijke hoedanigheid.

(7) Behoudens het in de vorige alinea bepaalde, worden het opium en de overblijfselen daarvan, welke in strijd met de bepalingen van dit artikel ingevoerd, bezeten of vervoerd worden, beschouwd en behandeld als onwettig opium.

Artikel 9.

, Allen die tot het verkoopen of vervoeren van onwettig ppium of tot het op eenigerlei andere wijze overtreden der bepalingen dezer ordonnantie' hebben last gegeven, daarbij belanghebbenden zi]n of die handelingen op eenige wijze, hoe ook genaamd, desbewust hebben bevorderd, worden gestraft met dezelfde giraffen, als in artikel 12 tegen den overtreder zijn bedreigd.

Artikel 10.

Ieder die met het doel om een ander bloot te stellen aan een der straffen welke bij deze ordonnantie zijn bepaald, onder diens goederen in diens woning of op diens 'erf opium, overblijfselen van gerookt opium, eenige der andere in artikel 1 omschreven zaken, of gereed-

Sluiten