Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

Artikel 7a 0).

(1) In de residentie Benkoelen zijn, behoudens de uitzonderingen genoemd in alinea 2 van dit artikel, het bezit, de eigendom en het vervoer van opium en van overblijfselen daarvan, ook al is dat opium of zijn die overblijfselen van de regie afkomstig, verboden aan een ieder, die niet voorzien is van eene door of namens het Hoofd van gewestelijk bestuur schriftelijk verleende vrgunning tot het bezit en vervoer van regie-opium uitsluitend voor eigen gebruik zoomede van regie-djitjing of van eene vergunning tot vervoer en bezit als bedoeld in alinea 2 van artikel 6.

(2) Het in de vorige alinea van dit artikel bedoeld verbod is niet van toepassing op:

o. de gewestelijke hoofdplaats Benkoelen, ten aanzien van personen, niet behoorende tot de inheemsche bevolking;

b. bepaalde door het Hoofd van gewestelijk bestuur in overleg met den Hoofdinspecteur, Chef van den dienst der Opiumregie, aan té wijzen ondernemingen van land- of mijnbouw of exploratiën, ten aanzien van de niet tot de inheemsche bevolking behoorende werklieden;

c. het bezit en het vervoer van opium en van overblijfselen daarvan door,-ten behoeve van of van wege het Gouvernement; en geldt mede niet voor dienaren van het Gouvernement in hunne ambtelijke hoedanigheid.

(3) Behoudens het bepaalde in de volgende alinea, worden de vergunningen tot het bezit en vervoer van regie-opium en regiedjitjing voor eigen gebruik, bedoeld in alinea 1 van dit artikel, alleen verleend aan hen, die op het tijdstip der inwerkingtreding dezer ordonnantie (2) reeds binnen het gewest gevestigd zijn en geregeld opium gebruiken.

(4) Vergunningen als hiervoren bedoeld, kunnen bij gebleken noodzakelijkheid, te beoordeelen door het Hoofd van gewestelijk bestuur, ook na de inwerkingtreding dezer ordonnantie worden verleend, mits betrokkenen niet tot de inheemsche bevolking behoorén en onthouding eener vergunning strijdig kan worden geacht met bevordering, van de oeconomische ontwikkeling van het gewest, aan

(1) Dit artikel is ingevoegd bij artikel 1 van de ordonnantie van 6 Mei 1912 (Staatsblad no. 302).

(2) 1 November 1912.

Sluiten