Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

onderzoek, ook naar de aanwezigheid der kenmerken, welke aan het opium der regie in bovenbedoeld gebied niet kunnen ontbreken, het onderzocht opium al dan niet, dan wel slechts ten deele, van de regie in dat gebied afkomstig kan zijn, en met welke hoeveelheid ruw opium van goede hoedanigheid het door hem wordt gelijk gesteld. Is reeds uitgemaakt, dat geen strafvervolging kan worden ingesteld, dan bepaalt de Directeur van de fabriek der Opiumregie of de Scheikundige bij die fabriek zich tot de opzending van zijne verklaring (1).

(2) De verklaring, in de vorige alinea bedoeld, wordt bij de gedingstukken gevoegd. Zij heeft in zaken van overtreding dezer ordonnantie bewijskracht ten aanzien van hetgeen aan het voorwerp van onderzoek is waargenomen (2).

(3) Het geldswaardig bedrag van het aangehaalde, de kati ruw opium berekend tegen twintig gulden, wordt uit 'sLands kas uitgekeerd en verdeeld op de wijze als bij artikel 12 is voorgeschreven. Deze uitkeering blijft achterwege, indien de uit te keeren gelden minder zouden bedragen dan één gulden.

(4) Al wat op grond van deze ordonnantie wordt verbeurd verklaard, met uitzondering van waardelooze gereedschappen en verpakkingsmiddelen, welke dadelijk vernietigd wórden, wordt onder het ambtszegel van het Hoofd van plaatselijk bestuur opgezonden naar de fabriek der Opiumregie, en daar, voor zoover het voor 'sLands dienst bruikbaar wordt bevonden, ingenomen bij de boeken en overigens vernietigd. Op gelijke wijze wordt gehandeld met opium en gereedschappen, waarvan de eigenaren niet bekend zijn of ten opzichte waarvan uit anderen hoofde geen strafvervolging wegens overtreding kan worden ingesteld.

Artikel ÏL

(1) Alle overtredingen der bij deze ordonnantie gemaakte bepalingen, waarop geen bijzondere straffen zijn gesteld, worden, — behalve met gevangenis, de eerste maal voor den tijd van één maand tot drie jaren, en bij herhaling voor den tijd van drie maanden tot vijf jaren, — gestraft:

(D Dg eerste alinea wordt aldus gelezen ingevolge artikel 3 sub a der ordonnantie van 4 Februari 1913 (Staatsblad no. 218).

(2) De tweede alinea is goedgekeurd bij Koninklijk besluit van 3 Juli 1903 no. 38 (Indisch Staatsblad no. 314); vide ook het Koninklijk besluit van 18 Juni 1907 no. 75 (Indisch Staatsblad no.341, zie deel I bladzijde 33)-

Sluiten