Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

indien de hoeveelheid opium, waarmede de overtreding is gepleegd ' niet meer bedraagt dan honderd kati's, met eene boete van' ■één duizend tot tien duizend gulden;

indien evenbedoelde hoeveelheid meer dan honderd kati's Gedraagt, met eene boete van één duizend tot tien duizend gulden voorde eerste honderd kati's en van honderd gulden voor elke kati meer.

(2) De gevangenisstraf, in de vorige alinea bedoeld, wordt met' opzicht tot Inlanders en met hen gelijkgestelde personen vervangen door dwangarbeid buiten den ketting voor gelijken duur.

(3) Voor de berekening van het beloop der boete wordt als grond-" slag aangenomen de hoeveelheid ruw opium van goede hoedanigheid, ■waarmede het aangehaalde, volgens de verklaring, bedoeld in de' «erste alinea van artikel 10, wordt gelijkgesteld.

(4) Het aangehaald opium (daaronder begrepen de zaken, bedoeld in de tweede alinea van artikel 1) en de in § ƒ der eerste alinea van artikel 6 omschreven gereedschappen, waarmede in strijd met de bepalingen dezer ordonnantie is gehandeld, worden verbeurd verklaard.

(5) Voer- of vaartuigen en bespanningen door middel van welke in overtreding van de in deze ordonnantie voorkomende bepalingen is gehandeld, kunnen, indien de rechter daartoe termen vindt, verionden en executabel worden verklaard voor de betaling van de 'opgelegde boeten en van de kosten van de gerechtelijke vervolging.

(6) De hiervoren gestelde straffen zijn niet van toepassing:

e. op hen, die — in gevallen van eenvoudig bezit, verkoop of vervoer van opium tot eene hoeveelheid van niet meer dan twee kati's ruw of hetgeen daarmede wordt gelijkgesteld, of van de in § ƒ

der eerste alinea van artikel 6 omschreven gereedschappen, in

strijd met de bepalingen van deze ordonnantie, voor de eerste maal ter zake in overtreding worden bevonden.

In die gevallen worden de overtreders, behalve met verbeurdverklaring van het achterhaalde opium en der achterhaalde gereedschappen gestraft:

Europeanen en met dezen gelijkgestelden met eene geldboete van één honderd gulden of gevangenisstraf van drie tot acht dagen;

Inlanders en met dezen gelijkgestelden met ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van acht dagen tot drie maanden; Bepalingen. 3

Sluiten