Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■welke aan het opium der Kegie m bovenbedoeld gebied niet kunnen ontbreken, het onderzocht opium al dan niet dan wel slechts ten deele van de Regie in dat gebied afkomstig kan zijn, en met welke hoeveelheid ruw opium van goede hoedanigheid het door hem wordt gelijkgesteld. Is reeds uitgemaakt, dat geen strafvervolging kan worden ingesteld, dan bepaalt de Directeur van de fabriek der Opiumregie of de Scheikundige bij die fabriek zich tot de opzending van zijne verklaring.

(2) De verklaring, in de vorige alinea bedoeld, wordt bij de gedingstukken - gevoegd.

(3) Het geldswaardig bedrag van het aangehaalde, de kati ruw opium berekend tegen twintig gulden, wordt uit 's Lands kas uitgekeerd en verdeeld op de wijze als bij artikel 22 is voorgeschreven. Deze uitkeering blijft achterwege, indien de uit te keeren gelden minder zouden bedragen dan één gulden.

(4) Al wat op grond van deze bepalingen wordt verbeurd verklaard, met uitzondering van waardelooze gereedschappen en verpakkingsmiddelen, welke dadelijk vernietigd worden, wordt onder het ambtszegel van het Hoofd van plaatselijk bestuur opgezonden naar de fabriek der Opiumregie, en daar, voor zoover het voor 's Lands dienst bruikbaar wordt bevonden, ingenomen bij de boeken en overigens vernietigd. Op gelijke wijze wordt gehandeld met opium en gereedschappen waarvan de eigenaren niet bekend zijn of ten opzichte waarvan uit anderen hoofde geen strafvervolging wegens overtreding kan worden ingesteld.

Artikel 22.

(1) De overeenkomstig artikel 21 uit 'sLands kas uit te keeren gelden, zoomede de boeten, verbeurd en voldaan, ter zake van overtreding van deze bepalingen, worden onverwijld, nadat de veroordeeling kracht van gewijsde zaak heeft bekomen, of nadat in de gevallen bedoeld bij artikel 410 van het Reglement op de strafvordering, artikel 411 van het Reglement op het rechtswezen in de residentie Westerafdeeling van Borneo [vastgesteld bij de ordonnantie van 1 Februari 1883 (Staatsblad n! 59)] en artikel 461 van het Eeglement op het rechtswezen in de residentie Zuider- en Oosterafdeeling van Borneo [vastgesteld bij de ordonnantie van 5 Maart 1880 (Staatsblad Il! 55)], de boete vrijwillig is voldaan en verklaard is, dat in de verbeurdverklaring wordt berust, verdeeld als volgt:

144

Sluiten