Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

162

zijner bediening gedaan, inhoudende, dat het aangehaalde door hem onderzocht is op de bestanddeelen van opium, of die bestanddeelen al dan niet door hem zijn aangetroffen, en in het bevestigend geval of, blijkens zijn onderzoek, ook naar de aanwezigheid der kenmerken, welke aan het opium der Regie in bovenbedoeld gebied niet kunnen ontbreken, het onderzocht opium al dan niet, dan wel slechts ten deele, van de Regie in dat gebied afkomstig kan zijn, en met welke hoeveelheid ruw opium van goede hoedanigheid het door hem wordt gelijkgesteld. Is reeds uitgemaakt, dat geen strafvervolging kan worden ingesteld, dan bepaalt de Directeur van de fabriek der Opiumregie of de Scheikundige bij die fabriek zich tot de opzending van zijne verklaring (1).

(2) De verklaring, in de vorige alinea bedoeld, wordt bij de gedingstukken gevoegd. Zij heeft in zaken van overtreding dezer Bepalingen bewijskracht ten aanzien van hetgeen aan het voorwerp van onderzoek is waargenomen.

(3) Het geldswaardig bedrag van het aangehaalde, de kati ruw opium berekend tegen twintig gulden, wordt uit 'sLands kas uitgekeerd en verdeeld op de wijze als bij artikel 23 is voorgeschreven. Deze uitkeering blijft achterwege, indien de uit te keeren gelden minder zouden bedragen dan één gulden.

(4) Al wat op grond van deze Bepalingen wordt verbeurd verklaard, met uitzondering van waardelooze gereedschappen en verpakkingsmiddelen, welke dadelijk vernietigd worden, wordt onder het ambtszegel van het Hoofd van plaatselijk bestuur opgezonden naar de fabriek der Opiumregie, en daar, voor zoover het voor 'sLands dienst bruikbaar wordt bevonden, ingenomen bij de boeken, en overigens vernietigd. Op gelijke wijze wordt gehandeld met opium en gereedschappen, waarvan de eigenaren niet bekend zijn of ten opzichte waarvan uit anderen hoofde geen strafvervolging wegens overtreding kan worden ingesteld.

Artikel 23.

(1) De overeenkomstig artikel 22 uit 'sLands kas uit te keeren gelden, zoomede de boeten, verbeurd en voldaan ter zake van overtredingen van deze Bepalingen, worden onverwijld, nadat de ver-

(1) De eerste alinea van dit artikel wordt aldus gelezen ingevolge artikel 4 sub 2e a der ordonnantie van 4 Februari 1913 (Staatsblad no. 218).

Sluiten