Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te waarvan uit anderen hoofde geen strafvervolging wegens overtreding kan worden ingesteld.

Artikel 22.

(1) De overeenkomstig artikel 21 uit 's lands kas uit te keeren gelden, zoomede de boeten, verbeurd en voldaan, ter zake van overtredingen van deze bepalingen, worden onverwijld, nadat de veroordeeling kracht van gewijsde zaak heeft bekomen, of nadat in de gevallen, bedoeld bij artikel 410 van het reglement op de strafvordering en artikel 452 van het reglement op het rechtswezen in de residentie Bali en Lombok (vastgesteld bij de ordonnantie van 21 Mei 1882 (Staatsblad 11! 142), de boete vrijwillig is voldaan en verklaard is, dat in de verbeurdverklaring wordt berust, verdeeld als volgt:

a. aan den aanbrenger of de aanbrengers s/7;

l. aan den aanhaler of de aanhalers »/•*

c. aan allen, die tot het ontdekken der overtreding en het doen

der aanhaling hebben medegewerkt y ;

blijvende */T beschikbaar, ten einde 'daaruit, ter beoordeeling van den hoofdinspecteur der opiumregie, buitengewone belooningen toe te kennen aan personen, die zich ter ontdekking van overtredingen bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt.

(2) Voor zoover betreft de boeten, opgelegd door rechtbanken in streken, waar de bevolking nog is gelaten in het genot van eigen rechtspleging en waar het gewoonte is, dat de boeten geheel of gedeeltelijk onder de leden der rechtbank worden verdeeld of ten goede komen aan andere personen of instellingen dan 's lands kas, kan door het hoofd van gewestelijk bestuur van het in de eerste alinea van dit artikel bepaalde worden afgeweken voor zoover de door die rechtbanken opgelegde boeten betreft.

(3) Het hoofd van gewestelijk bestuur beslist wie als aanbrenger, als aanhaler en als medewerker moeten worden aangemerkt.

(4) Een ieder, die in meer dan één categorie werkzaam is geweest, heeft aanspraak op aandeel uit elke, waarin hij zijne diensten heeft verleend.

(5) De verdeeling tusschen meerdere aanbrengers, aanhalers of andere deelgerechtigden geschiedt door het hoofd van gewestelijk bestuur naar gelang van ieders verdiensten.

(6) Aandeelen, waarop niemand aanspraak heeft, blijven mede beschikbaar voor de toekenning van buitengewone belooningen op den voet van de slotbepaling in het eerste lid.

222

Sluiten