Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

telijk'. — En daarin is altijd iets, dat op den eersten klank af u aantrekt. We kunnen er uit beluisteren eea klank uit het verloren paradijs, fieimwee naar het WJbjofde vrederijk.

Toch is zulk dienstweigeren veelszins niet meer dan de caricatuur. Velen toch dier dienstweigeraars (althans in ons land) gelooven niet eens, dat er een paradijs is geweest, waarin de mensch geschapen stond als beeld Gods; en willen dan ook van Chriatus niet anders weten dan als van een zekeren beminnelijken Jezus, die voor^ jyjp Md een bijzonder persoon was,t>egaafd met schoone eigenschappen, en wiens beteekenis slechts schuiliin zijn zedeleer, en waaruit zij dan ten slotte nog uit schiften wat hun niet aanstaat. Spreekt men hun echter van den Christus naar de Schriften, naar de gehejèle voorstelling des Bijbels, als Borg en Middelaar, die met zijn dienbaar bloed de schuld der zonde, heeft gedelgd, en die eens als Rechter der wereld zal wederkomen, o neen, daar wenden ze Th, ongeloofs-critiek het hoofd van af.

Ook noem ik het caricatuur, aangezien het onlogisch, ook practisch onuitvoerbaar is, om een stand van zaken te willen poneeren, die in de sfeer, in het milieu dezer bedeeling nog niet past; dit is een voorujtoriijpen, dat spreken .doet van een hervorming „op den kop". Wie in deze wereld een levenspractijk uitoefent als woonde hij te midden van louter engelen en heiligen, en dus geen rekening houdt met het feit der zonde en derzelwsr vruchten, is een slecht hervormer, en schaadt feitelijk de maatschappij. Antwoordt men hierop: juist maar zóó (door dieilftweigering) moeten we zien te komen tot die^etere samenleving; dan zij ons antwoord : hoe we dat vrederijk zullen verkrijgen staat aan God, niet wij hebben de geschiedenis te maken, en allerminst in een weg die buiten onze bevoegdheid ligt,1 en in strijd ismk de ordeningen die voor deze bedeeling gelden.

Als ik in dit geschrift dus „dienstweigering" verre van in bescherming te willen nemen, juist zal pogen te critiseeren als foutief en ongeoorloofd, dan wil dit echter niet zeggen dat dit een verheerlijking van „oorlog" bedoelt; dat zij verre. Neen met alle macht willen we den zucht tot oorlog, de lichtzinnigheid en wreedheid waarmede oorlog soms (vaak) wordt voklaard en gevoerd bestrijden, en evenzeer de valsche motieven die zoo dikwijls voorzitten als diep zondig brandmerken, ook is 't verschijpsSvai oorlog zelf ons verre van sympathiek. Dit alle^ecifer.öm dieper reden nog, dan dat oorlog zoo onbeschaafd, zoo schandelijk, zoo jammerlijk, is, en er zooveel ellende door onstaat. Neen, behalve en boven dit alles, in de eerste plaats, omdat dit alles ons denÜiepen val des menschen doet zien, en ons ontsluiert wie en wafc die mensch geworden is, die God verloren heeft. ' Maar dan verstaan we tevens, dat een gevallen mensch en wereld opder andere condities en ordeningen leeft, dan in een paradijsStaat; en dat we ons ook ten deze'naar den gang van. het werk

Sluiten