Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

DE EGYPTISCHE BOUWKUNST.

: ] hoogsten en laagsten waterstand 15 M.

: is en in de Nijldelta zelfs nog 11.70 M.

• Echter was de watertoevoer gedurende ] de maanden Mei en Juni onvoldoende, : en bereikte het water zelfs de zee niet | meer, daar het voor besproeiing werd j gebezigd. Door de Engelschen is nu bij : Assouan, juist boven den eersten water-

j val, de Nijl afgedamd door een stuwdam Fig. 19. : van 2 K.M. lengte, aan de basis 27 M., { boven nog 8 M. breed, waardoor voor

• dien dam het water wordt opgestuwd en 5 een meèr gevormd wordt van 30 K.M. : lengte. In den drogen tijd kan nu de

• waterafvoer geregeld worden.

{ Door het droge klimaat zijn talrijke : groote bouwwerken bewaard gebleven,

• j..- i_.... i.

: uie ouiiencuen waren opgetrokken uit

I Fig.'l9. DeWdao*'^*'A«^'geZ vaTZ f duur2aam mat«iaal, kalk- en zandsteen : pylone van den tempel op Philae. (Naar „the Graphic"). : en albast uit de bergketens van Beneden"'en Midden-Egypte en hardere steensoorten, als graniet en porphyr in Boven-Egypte en Abessynië, waarvan de aanvoer stroomafwaarts gemakkelijk kon plaats vinden. Palm- en sykomorenhout werd in de oudste tijden gebruikt en later voor kleinere bouwwerken, waarvoor ook nog baksteen in aanmerking kwam. 2. HET VOLK. Minstens 6000 jaar geleden was Egypte bewoond door verschillende stammen, vermoedelijk uit Azië afkomstig. Deze voor-historische bewoners heeten Thiniten. In de bouwkunst hebben ze hun sporen nagelaten. Het gemiddeld aantal bewoners van Egypte was 7.000.000, wat ook nu nog het aantal is. De bevolking was vlijtig, energiek, praktisch en verstandig en vormde een staat, onderworpen aan despotisch gezag, waarin orde en regelmaat heerschten. In de Egyptische monarchie werd de gemeenschap geplaatst boven de individu. De koningen, P h a r a o' s genaamd, werden als goden vereerd en hebben de bevolking in hun dienst bij de uitvoering van hun groote en grootsche, maar weinig fantasievolle monumenten. De Pharao's vertegenwoordigen het hoogste wereldlijk en geestelijk gezag.

De Egyptenaren waren vredelievend. Wel gewagen de tempeldecoraties en opschriften van grootsche overwinningen der Pharao's, maar de strijd ging uitsluitend tegen de omringende woestijnstammen, die slecht georganiseerd en klein in aantal waren. De eerste beste werkelijk zware strijd werd dan ook verloren (overheersching der Hyksos).

Sluiten